|
De informatie op deze pagina is met de grootste zorg samengesteld, wij kunnen echter niet
verantwoordelijk gehouden worden voor eventuele fouten of afwijkende situaties.
Wij adviseren U om in geval van twijfel, andere specialisten te raadplegen.
Wat houdt de loopsheid in?
De loopsheid is de vruchtbare periode van de teef.
Deze periode kenmerkt zich doordat het geslachtsdeel meer is opgezwollen als normaal en de teef hieruit
druppeltjes bloed verliest.
Tijdens deze periode kan ze gedekt worden.
Verschijnselen.
* De vulva zwelt op.
* De reuen raken erg geïnteresserd in de teef (wat de teef niet leuk vindt)
* Na enkele dagen begint de teef te vloeien (= 1ste dag van de loopsheid, de pro-oestrus).
Deze uitvloeiing is in het begin bloederig en gaat later over in een bruin waterige uitvloeiing.
* Tussen de 9e-12de dag van de loopsheid is de hond vruchtbaar, de oestrus:
is de periode waarin ze kan drachtig worden.
In deze periode worden reuen niet meer door de teef weggejaagd.
De teef probeert zelfs te ontsnappen om op zoek te gaan naar de reu!
* Na de vruchtbare periode gaat de uivloeiing stoppen,
de vulva gaat weer slinken en de teef snauwt weer de reuen af: de metoestrus is begonnen.
* 3 weken na het begin van de loopsheid stopt de loopsheid.
Tijdens de loopsheid zwelt de baarmoeder (uterus) op, ook de bloedvaten van de baarmoeder zwellen op.
Pas 8-10 weken na het einde van de loopsheid is de baarmoeder weer tot rust gekomen.
Dan gaat de met-oestrus over in de an-oestrus (de rustperiode).
Soms treedt er dan nog wat taaie melkachtige uitvloeiing uit de baarmoedermond op gedurende 1-2 dagen.
Wanneer wordt mijn teef loops?
Een teef wordt voor de eerste keer loops tussen de 5-18 maanden leeftijd.
Wanneer ze voor het eerst loops wordt hangt van veel factoren af:
* de grootte. Hoe groter een hond wordt, hoe later ze loops wordt.
* erfelijkheid. De fokker kan vaak goed vertellen wanneer uw teef voor het eerst loops wordt.
* als er een loopse teef bij u in huis of in de buurt is stimuleert dat uw teef om ook loops te worden.Echter,
indien in huis meerdere teven aanwezig zijn, wordt een jong teefje meestal pas de eerste keer loops als zij ca. 14 maanden is.
De eerste loopsheid kan normaal verlopen maar kan ook kort duren of juist erg lang.
Het vloeien kan praktisch afwezig zijn of juist heel erg heftig.
Honden worden om de 5-8 maanden loops, dit kan steeds bv. om de 6 maanden zijn maar kan ook voortdurend veranderen.
De ongewenste dekking
Het kan gebeuren dat uw hond op de een of andere manier gedekt wordt.
Teven zijn erg vindingrijk om te ontsnappen of er kan een reu bij u over de schutting klimmen.
Ook al hebben ze niet "vastgezeten", er is een behoorlijke kans dat uw hond gedekt is en dus ook bevrucht.
Of uw hond gedekt is nooit met 100% zekerheid vast te stellen.
Om te verkomen dat uw hond drachtig wordt bestaat er de zogenaamde "morning after prik".
Deze morning after prik dient op de 3-de en 5-de dag na de dekking gegeven worden.
Loopsheid voorkomen
Loopsheid is op zich iets heel natuurlijks, mocht de loopsheid voor de hond en U geen probleem zijn:
dan hoeft U natuurlijk niets te ondernemen.
Mocht u willen dat uw hond niet meer loops wordt, dan moet er actie worden ondernomen.
Wat zijn de mogelijkheden?
De prikpil
Door middel van een injectie krijgt Uw hond elke 5 maanden een hormoon toegediend.
Voordeel:
# Geen operatie
# Minder risico op incontinentie (kan na een operatie op latere leeftijd gaan optreden)
Nadeel:
# Soms ontstaat op de injectie plaats een vachtverkleuring of een kale plek.
# Schijnzwangerschap treedt soms toch nog op.
# De kans op baarmoeder ontstekingen neemt na langdurig gebruik aanzienlijk toe.
# De kans op borstkanker (melkkliertumoren) neemt aanzienlijk toe
# Is op den duur veel duurder dan sterilisatie
Sterilisatie
Strikt medisch gezien is steriliseren het onvruchtbaar maken: het onderbinden van de eileider/ zaadleider.
Castreren is het verwijderen van inwendige geslachtsorganen: bij de teef de eierstokken/baarmoeder
en bij de reu de testikels.
In het normale spraakgebruik echter "castreren we de reu" en "steriliseren de teef".
Door middel van een operatie worden de eierstokken en de baarmoeder verwijderd.
Deze operatie vindt plaats onder algehele anesthesie.
Door de moderne gasverdoving en goede narcose bewaking is het operatie risico erg klein.
Voordeel:
# De teef wordt niet meer loops of schijnzwanger.
# Doordat de eierstokken verwijderd zijn kunnen deze organen zowel direct als indirect
geen problemen meer opleveren zoals baarmoederontsteking en eierstokkanker.
# Minder kans op melkkliertumoren (borstkanker).
Hoe jonger een teef gesteriliseerd wordt hoe minderkans op melkkliertumoren!
# Sterk verminderde kans op suikerziekte.
# Is eenmalig
# Is bij levenslange loopsheid preventie veruit de goedkoopste methode
Nadeel:
# elke operatie heeft een erg klein risico.
# de teef kan soms gemakkelijker dik worden, dit is niet altijd te voorkomen.
# kleine kans op urine-incontinentie, met name als de teef oud wordt,
dit is meestal met medicijnen goed te verhelpen.
# soms kan de vacht veranderen. Met name bij Ierse Setters en heidewachtels is de kans groot...
Wanneer steriliseren ?
Het beste is het om de teef te laten steriliseren voor (!) de eerste loopsheid.
Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat bij teven die voor de eerste loopsheid al gesteriliseerd worden,
de kans op het ontstaan borstkanker op latere leeftijd met een factor 100-1000 doet afnemen.
Na de 1e loopsheid steriliseren verminderd de kans op borstkanker nog met een factor 4-5.
Heeft de hond al een aantal loopsheden doorgemaakt dan heeft sterilisatie nauwelijks
nog preventieve werking op het ontstaan van melkkliertumoren.
Wij adviseren om teefjes te laten steriliseren zodra ze 5-6 maanden zijn.
Bij jonge dieren is de ingrijp eenvoudiger en ze herstellen vaak (nog) veel sneller.
De pil in tabletvorm
Deze laatste methode heeft als voordeel dat op elk gewenst moment gestopt en begonnen kan worden.
Met name om de loopsheid uit te stellen, bijv. tot na een vakantie, is het geven van "de pil" een prima methode.
Voordeel:
# mits op tijd begonnen maar kleine doses hormonen nodig
# je hoeft niet met de hond naar de dierenarts
# werkt snel en kort
Nadeel:
# kans op vergeten
# bij langdurig gebruik: ook hier verhoogde kans op borstkanker en melkklier ontstekingen.
Tips:
Tijdens de loopsheid, die ongeveer 3 weken duurt, moet u uw teef goed in de gaten houden,
zodat ze niet kan ontsnappen en er een ongewenste dekking tot stand komt.
Laat haar dus gedurende deze tijd altijd aan de lijn lopen.
Ook niet los om haar uit te laten rennen, want een dekking is gebeurd voordat je er erg in hebt.
Als de loopsheid voorbij is kunt u de teef het beste helemaal in bad doen,
zodat de geur van de loopsheid verdwijnt en de reuen niet meer lastig doen.
Natuurlijk moet u niet vergeten ook het kussen of de plaid waar uw teef op ligt of slaapt
en de mand na de loopsheid grondig te reinigen.
Wat de reu betreft heeft u er alleen maar last van dat de reu soms vervelend kan doen door
te zitten piepen en/of jammeren omdat er loopse teven in de buurt zijn.
De ene reu heeft hier meer last van dan de andere. Vooral als de reu eens een keer een loopse teef heeft gedekt,
dan wil het nog weleens voorkomen dat hij de smaak te pakken krijgt en constant op zoek is naar loopse teven.
Ten laatste, heeft er toch een ongewenste dekking bij de teef plaatsgehad,
dan kunt u het beste onmiddellijk contact opnemen met uw dierenarts.
De teef kan dan een kuur krijgen waardoor de eventuele bevruchting wordt afgebroken.
Uw teef wordt daarna wel weer opnieuw loops, maar dat is beter dan ongewenste puppies.
Bijtwonden vormen uitstekende voedingsbodems voor bacteriën;
de kans op een wondinfectie is groot.
Een groot deel van de bijtwondinfecties is te voorkomen door een goede wondbehandeling.
Wonden moeten altijd meteen goed worden uit- gespoeld met veel water.
Oppervlakkige wonden worden daarna gedesinfecteerd met betadine.
Diepere wonden moeten uitgebreider worden schoongemaakt, gevolgd door
het aanbrengen van een nat verband en het geven van rust.
Afhankelijk van de omstandigheden kan het gebruik van antibiotica nodig zijn,
vooral bij bijtwonden aan handen of gezicht, of bij wonden die bij de behandeling
al langer dan acht uur bestaan, of als er sprake is van risicoverhogende factoren bij de patiënt.
Bij bijtwonden waarbij er al verschijnselen van wondinfectie zijn (pijn, roodheid, zwelling)
is altijd een antibioticumbehandeling nodig.
Vraag dus bij bijtwonden zo nodig advies aan uw huisarts en informeer dan tevens
naar de noodzaak van een tetanusinjectie. Bovenstaande adviezen betreffen bijtwonden bij mensen.
Als een hond of een kat zelf gebeten zijn geldt in grote lijnen hetzelfde.
Bij een wat diepere bijtwond is vaak behandeling met antibiotica nodig;
een tetanus injectie is echter bij bijtwonden van de huisdieren onderling niet nodig.
Wat is heupdysplasie?
Bij heupdysplasie (HD) is er onvoldoende aansluiting van de kop van het dijbeen
en de kom van het heupgewricht, waardoor het gewricht niet stabiel is.
De belasting van het gewricht is dan niet normaal en overmatige slijtage met onregelmatigheden
aan de kop en de kom is het gevolg.
Heupdyslasie wordt voornamelijk gezien bij de middel grote en grote honden,
bij het ene ras meer dan bij het andere en ook bij kruisingen van grotere honden kan HD voorkomen.
Oorzaak
Heupsysplasie is een grotendeels erfelijke afwijking van één of beide heupgewrichten.
Niet alle pups van ouders met HD krijgen echter de aandoening en het HD vrij zijn van ouderdieren
is geen volledige garantie dat de jonge hond klachtenvrij blijft.
Naast de erfelijke aanleg hebben voeding en beweging ook invloed op het ontstaan van HD-klachten.
Overmatige belasting door een teveel aan lichaamsbeweging, traplopen en springen en een te snelle groei
kunnen een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van de heupgewrichten.
Symptomen
De klachten zijn afhankelijk van de ernst van de gewrichtsveranderingen en of de hond de
aandoening aan één of aan beide heupen heeft.
De eerste klachten worden soms al op een leeftijd van 2-3 maanden gezien.
Bij ernstige vormen kan een pup een zwaaiende of huppelende gang van de achterpoten hebben,
kreupel zijn (met name bij éénzijdige HD), te snel vermoeid zijn, vermijden om langduriger te staan
en moeite hebben bij het opstaan.
Bij minder ernstige heupdysplasie ontstaan klachten geleidelijker en gaat het vaak vooral om stijfheid
of kreupelheid die het ergst is na rust. Soms heeft de hond jarenlang geen last en ontstaan pas klachten
na een abnormale beweging of op latere leeftijd als de spierkracht afneemt.
Diagnose
Bij onderzoek van de hond wordt meestal pijn bij het bewegen van de heupgewrichten geconstateerd.
Een röntgenfoto kan daarna duidelijk laten zien of er sprake is van heupdysplasie en
in welke mate de heupgewrichten veranderd zijn.
Niet altijd stemt het beeld van de foto overeen met de ernst van de klachten.
Soms zijn er op de foto ernstige veranderingen te zien bij een hond met weinig klachten, maar andersom kan ook.

Behandeling
Als bij een pup HD wordt geconstateerd:
- Regelmatige (d.w.z. vaker per dag korte wandelingen) en rechtlijnige beweging voor het
ontwikkelen van sterke spieren en ondersteunend weefsel rond het gewricht.
- Overbelasting vermijden, korte wandelingen, niet traplopen, niet springen.
- Vermijden dat de pup te snel groeit en te zwaar wordt. De juiste hoeveelheid geven
van een goed compleet voer zonder extra toevoegingen.
- Operatieve behandeling behoort soms tot de mogelijkheden.
Als een volwassen hond klachten heeft die veroorzaakt worden door HD:
- Regelmatige beweging, meerdere keren per dag een korte wandeling met rechtlijnige beweging,
zwemmen. - "Overbelasting vermijden."
- Zorgen dat de hond niet te zwaar is of wordt.
- Als een hond plotseling heftiger pijn heeft kan door een kuur met een pijnstiller
het normale bewegingspatroon hersteld worden en blijven de klachten mogelijk gedurende langere tijd weg.
Wordt de hond voortdurend door pijn gehinderd dan is er soms geen andere mogelijkheid dan
ook voortdurend pijnstillende medicijnen te blijven geven.
Voorkómen van heupdysplasie
De beschreven voeding en bewegingsmaatregelen maken de kans dat een pup met aanleg voor HD ook werkelijk HD
krijgt zo klein mogelijk.
Maar vooral het fokken met uitsluitend HD-vrije ouderdieren is belangrijk.
In een goed fokbeleid past dan ook de controle van toekomstige ouderdieren op heupdysplasie.
Deze controle houdt in dat röntgenfoto's van de heupen door een speciaal daarvoor aangestelde commissie
worden beoordeeld.
Voor het maken van de officiële HD foto's moet de hond minimaal 1 of 1,5 jaar oud zijn,
afhankelijk van het ras. De foto's moeten op een voorgeschreven manier worden gemaakt en de
dierenarts moet een overeenkomst hebben met de beoordelingsinstantie om foto's te mogen inzenden.
DNA testen geven de gelegenheid om honden te testen op een aantal ziekten,
voordat eventuele symptomen zichtbaar worden. Voor niet alle ziekten
is een DNA test beschikbaar, slechts voor een aantal ziekten kunnen, afhankelijk van het ras,
DNA testen worden uitgevoerd.
De uitslag van een DNA test zal gebruikelijk "vrij", "drager" of "lijder" zijn.
Een dier is vrij en heeft twee gezonde allelen.
Dit dier zal bij gebruik in de fokkerij geen afwijkingen krijgen en kan de afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.
Een dier is drager en heeft een gezond allel en een defect allel.
Het dier zal het mutante (defecte) allel aan de helft van zijn nakomelingen doorgeven. Dragers kunnen in een aantal gevallen zelf ook last hebben van het defecte allel, maar zullen in de regel geen symptomen hebben.
Een dier is lijder en heeft dus twee defecte allelen. Lijders geven het afwijkende allel door aan al hun nakomelingen in de volgende generatie en krijgen zelf symptomen die horen bij de ziekte.
In onderstaande tabel is aangegeven wat voor invloed dit zal hebben op nakomelingen.
Ouderdier 1 Genotype | Ouderdier 2 - Genotype |
Normal/vrij | Carrier/drager | Affected/geïnfecteerd |
Normal/vrij | All = Normal | 1/2 = Normal 1/2 = Carriers | All = Carriers |
Carrier/ drager | 1/2 = Normal 1/2 = Carriers | 1/4 = Normal 1/2 = Carriers 1/4 = Affected | 1/2 = Carriers 1/2 = Affected |
Affected/ geïnfecteerd | All = Carriers | 1/2 = Carriers 1/2 = Affected | All = Affected |
Uit bovenstaande blijkt ook dat indien een van beide ouders "vrij" is, de nakomelingen nooit "lijder' zullen zijn.
Voor Border Collies zijn de volgende DNA testen momenteel beschikbaar:
- CL (Neuronal Ceroid Lipofuscinosis)
- CEA_CH (Collie Eye Anomaly Choroidal Hypoplasia)
- PRA (Progressieve Retinale Atrofie)
- MDR1 (Multidrug Resistance gen 1)
- TNS (Trapped Neutrophil Syndrome )
Door de oogarts worden onderzoeken op zogenaamde erfelijke oogaandoeningen uitgevoerd.
Dit zijn preventieve oogonderzoeken, waarbij wordt bekeken of er, vaak ongemerkt,
oogafwijkingen aanwezig zijn.
De belangrijkste oogziekten zijn:
- entropion/ectropion (afwijkingen aan de stand van het ooglid)
- distichiasis/ectopische ciliën (afwijkende haargroei op het ooglid)
- aangeboren fouten door het na de geboorte blijven bestaan van kleine embryonale bloedvaatjes,
zoals membrana pupillaris persistens (MPP) en persisteren hyperplastisch primair vitreum (PHPV),
ook wel PHTVL/PHPV genoemd
- troebeling van de lens (staar of cataract)
- loslating van de lens (lensluxatie)
- aangeboren aandoeningen in het achterste deel van het oog
(retinadysplasie, opticushypoplasie, collie eye anomaly (CEA))
- erfelijke netvliesdegeneraties met de verzamelnaam "progressieve retina atrofie" (PRA)
Voor een aantal van deze ziekten zijn DNA testen ontwikkeld, zodat reeds voor de geboorte,
al bepaalt kan worden of een pup aan deze ziekte zal lijden.
(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)
De ziekte wordt veroorzaakt door een onjuiste opslag van energie in onderdelen van cellen (lysosomen).
Doordat de verkeerde opslag plaats vindt in de hersenen, ontstaat een beeld dat hoort bij functieverlies van de hersenen.
Symptomen bestaan uit ongecontroleerde bewegingen, verlies van bewustzijn en afwijkend gedrag.
Deze afwijking leidt tot verlies van hersenfuncties.
Dit kenmerk vererft op een recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.
(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)
Deze ziekte komt, anders dan de naam aangeeft, ook bij andere rassen dan collies voor.
De technische naam van CEA is CH (Choroidale Hypoplasie).
Als gevolg van deze erfelijke afwijking worden dieren blind doordat een laag cellen in het oog zijn functie verliest.
Omdat de cellaag direct vanaf het begin achterblijft in ontwikkeling, is de afwijking reeds jong vast te stellen.
Deze ziekte heeft tot gevolg dat een dier beschikt over verminderd zicht (tunnelvision), of in uitzonderlijke gevallen blind wordt.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.
De symptomen en ernst van de afwijken kunnen sterk verschillen tussen dieren van een ras, tussen verwanten en zelfs binnen een nest.
Dit veroorzaakt een lastige situatie voor fokkers.
Dit kenmerk vererft op een recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)
Progressieve Retinale Atrofie (PRA) is een veel voorkomende erfelijke afwijking die leidt to blindheid.
De blindheid ontwikkelt zich sneller of langzamer afhankelijk van de mutatie.
Een groot aantal verschillende vormen van PRA zijn inmiddels bekend.
Inmiddels zijn 7 verschillende erfelijke vormen beschreven in enkele tientallen rassen.
Afhankelijk van het ras geven de DNA-testen in alle gevallen een uitslag.
Onderzoek wordt continu ingezet om nieuwe testen te ontwikkelen (b.v. voor Border collies) en te zorgen dat in alle gevallen een uitslag mogelijk is.
Als voorbeeld van de complexiteit rondom PRA, is het prcd gen in poedels bijna altijd de veroorzaker van PRA.
Waarschijnlijk zijn tenminste twee verschillende typen PRA in poedels aanwezig, hoewel de klinische verschijnselen identiek zijn.
Deze ziekte heeft tot gevolg dat een dier beschikt over verminderd zicht, of blind wordt.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.
Dit kenmerk vererft op een dominante, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn , lijder of drager.
Dragers en lijders zullen beiden de symptomen van de mutatie hebben.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)
Het Multidrug Resistance gen 1 (het MDR1 gen) heeft een belangrijke functie in de barriere tussen de bloedvaten en het hersenweefsel.
Honden die aan overgevoeligheid voor Ivermectine lijden, blijken overgevoelig te zijn voor een reeks van geneesmiddelen.
Deze afwijking leidt tot verlies van hersenfuncties.
Dit kenmerk vererft op een recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
Deze ziekte is behandelbaar.
(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)
Trapped Neutrophil Syndrome (TNS) is een dodelijke erfelijke afwijking.
Neutrofielen zijn voorlopers van de witte bloedcellen, die in het beenmerg geproduceerd worden.
In gezonde dieren worden de neutrofielen in het bloed teruggevonden.
In dieren met TNS, komen de neutrofielen niet in het bloed maar blijven in het beenmerg.
De symptomen kunnen sterk verschillen, afhankelijk van de ziekt die een dier krijgt.
Tot de ontwikkeling van de DNA-test was een biopt van het beenmerg de enige methode om de afwijking te detecteren.
Deze ziekte leidt tot een verminderde weerstand.
In een aantal gevallen zal het afweersysteem zelfs compleet afwezig zijn.
Het immuun systeem van puppies die hieraan lijden werkt niet naar behoren.
Uiteindelijk sterven zij aan besmettingen die niet kunnen bestrijden.
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.
Voor veel mensen is suikerziekte een niet onbekende term. Suikerziekte komt ook bij mensen nogal eens voor.
Er zijn veel overeenkomsten tussen de suikerziekte bij mens en dier.
Het lichaam kan glucose (suiker) niet voldoende gebruiken doordat er onvoldoende van het hormoon insuline
beschikbaar is. Glucose is een brandstof voor het lichaam.
Onvoldoende brandstof betekent zwakte, weinig energie en vermagering. Het verloren gaan van de niet gebruikte
suikers via de urine draagt bij aan de vermagering en leidt tevens tot een grote urine productie en
als gevolg daarvan tot veel drinken.
Suikerziekte kan verschillende oorzaken hebben en daarin zijn enkele verschillen tussen mens en dier aan te geven.
Bij alle diersoorten komt soms aangeboren suikerziekte voor, die zich dan ook al op jonge leeftijd laat zien.
Zowel bij mensen als bij dieren is deze vorm alleen te behandelen met insuline injecties.
Bij de mens wordt op latere leeftijd nogal eens een type suikerziekte gezien dat sterk beïnvloed wordt door
leef- en voedinggewoonten en meestal goed behandelbaar is met dieetmaatregelen en tabletten.
Bij honden en katten wordt deze vorm van suikerziekte niet gezien. Ook bij oudere dieren is over het algemeen
alleen een behandeling mogelijk met insuline injecties.
Bij katten (en soms bij honden, vooral bij de reu) is er meestal geen oorzaak of aanleiding aan te geven
voor het ontstaan van suikerziekte. Een enkele keer is suikerziekte een complicatie van een ander ziekte beeld,
onder andere bij een overmaat aan bijnierschorshormoon.
Naast de behandeling met insuline is dan behandeling van de primaire ziekte nodig.
Bij oudere teven in de periode na de loopsheid of na een anti-loopsheid injectie ontstaat de suikerziekte
onder hormonale invloed. Ook hier zal de suikerziekte met insuline moeten worden behandeld,
maar daarnaast is het nodig elke hormoon invloed weg te nemen door de teef te "steriliseren",
dwz. de eierstokken te verwijderen. Een enkele keer verdwijnt de suikerziekte weer na deze ingreep.
Als uw hond of kat dus overmatig veel gaat drinken is in de eerste plaats controle van een plasje nodig.
In geval van suikerziekte zal er dan glucose in de urine worden aangetroffen.
Het daarop volgende bloedonderzoek zal uitwijzen of er inderdaad sprake is van suikerziekte.
De behandeling met insuline zal dan uitgebreid met u besproken worden.
In het algemeen is het zelf thuis inspuiten van hond of kat geen probleem; iedereen kan het en de dieren laten
het bijna altijd zonder protest toe en wennen snel aan die nieuwe dagelijkse routine.
Het is wel nodig met de suikerpatiënt een redelijk regelmatig leven te lijden.
Tijdstippen voor de injectie en het eten moeten dagelijks ongeveer dezelfde zijn en de hoeveelheid beweging per dag
moet ook niet al te veel variëren.
Aangezien de hoeveelheid insuline die nodig is vooral wordt bepaald door het lichaamsgewicht kunnen de kosten
voor een grote hond wel hoog oplopen.
Oorzaken
Het opeten van iets, wat niet goed verdragen wordt, is vaak de oorzaak van diarree bij honden.
Het kan ook een gevolg zijn van een infectie, opgedaan door het snuffelen aan ontlasting van andere honden.
En ook worminfecties, voerveranderingen en zelfs nervositeit kunnen diarree veroorzaken.
Een darminfectie kan heel mild verlopen (met alleen diarree, zonder verdere ziekteverschijnselen) of heel
ernstig zoals bijvoorbeeld de infectie met het parvovirus. Bij deze laatste infectie is er naast bloeddiarree
ook sprake van ernstig ziek zijn en braken. Hardnekkige diarree wil nogal eens een verteringsstoornis als
oorzaak hebben als een component (van overigens goed voedsel) door een bepaalde hond minder goed verdragen wordt.
Diarree, acuut of langdurig kan ook gezien worden bij een aantal algemene ziekten, zoals bijvoorbeeld bij
leveraandoeningen.
Behandeling
Afhankelijk van het ziektebeeld is het bij diarree wel of niet nodig met de hond naar de dierenarts te gaan.
De ernst van het ziekte beeld wisselt met de oorzaak en vooral met het risico op uitdroging.
Bij jongere dieren en als de diarree samen gaat met braken is de kans op uitdroging groter.
Als de hond wel levendig blijft en niet braakt, is het verantwoord om het enkele dagen aan te zien.
Een licht verteerbaar dieet zal dan voldoende kunnen zijn om te verbeteren.
Kleine hoeveelheden voedsel geven; beschuit, oud witbrood, brinta aangemaakt met water (niet met melk) of
wat gekookte kip. Volledig gekookte rijst kan een vorm van (gisting-) diarree onderhouden en is daarom minder geschikt.
Een dag vasten mag, maar hoeft niet. Slaat de hond zelf een dag het eten over dan is dat niet erg,
al mag het niet-eten bij pups niet te lang duren.
Goed resultaat wordt ook vaak gehaald met het geven van "Yakult" die de darmflora weer snel op gang brengt.
Als de diarree langer dan drie dagen aanhoudt is het beter even met de hond naar de dierenarts te gaan. Als er naar
het oordeel van de dierenarts geen sprake is van een ernstiger oorzaak, is een eenvoudig stopmiddel gecombineerd
met het dieet en zo nodig een wormkuur meestal voldoende om de hond te helpen.
Anders wordt het als diarree samen gaat met braken.
Door teveel braken en vooral als ook vocht wordt uitgebraakt kan uitdroging ontstaan.
Zeker als een hond zich ook
ziek gedraagt, niet wil eten en drinken, mogelijk koorts heeft of als er bloed bij de ontlasting wordt
gezien is behandeling door de dierenarts nodig.
Medicijnen tegen het braken kunnen dan het beste ingespoten worden, want een brakende hond zal moeilijk
ingegeven tabletjes binnen kunnen houden. Om de hoeveelheid vocht op peil te houden hebben we een speciaal
elektrolytenpoeder dat in het drinkwater wordt opgelost. Dit vult de teveel verloren stoffen aan en wordt meestal
zo snel opgenomen dat het niet weer wordt uitgebraakt.
Drinkwater moet in kleine hoeveelheden gegeven worden omdat de kans op uitbraken van het water groter is als
er in een keer teveel gedronken wordt. Als er al sprake is van uitdroging is het een enkele keer nodig de
hond extra vocht in de vorm van een infuus te geven.
Bij braken en diarree wordt slechts bij uitzondering antibiotica gegeven. In de darm hoort een flink aantal
bacteriën van nature thuis en die kunnen door een antibioticum nadelig beïnvloed worden.
Verschijnselen
De meest voorkomende verschijningsvorm is de toeval, gekenmerkt door bewustzijnsverlies, omvallen,
heftige spierkrampen, schuimbekken en mogelijk urineverlies. Tijdens de aanval is het dier niet aanspreekbaar.
Een toeval duurt meestal enkele minuten. Na de aanval kan het dier een periode van enkele minuten tot een aantal uren
een afwijkend, vaak onzeker en angstig gedrag vertonen. Toevallen kunnen ook in een mildere vorm voorkomen.
Epilepsie komt bij allerlei diersoorten voor, maar wordt vooral bij honden gezien.
Oorzaak
Een toeval is het gevolg van een plotselinge ontregeling van de hersenfunctie.
Bij primaire epilepsie (= zonder aanwijsbare oorzaak) doet de eerste aanval zich meestal al voor het derde levensjaar
voor en herhalen de toevallen zich meestal met tussentijden van enkele weken tot enkele maanden.
Bij secundaire epilepsie zijn de verschijnselen min of meer hetzelfde, maar is er een hersenverandering
(bv. littekenweefsel, een bloedingen of een gezwel) als oorzaak aanwezig.
Aan deze vorm moet vooral gedacht worden als de eerste toeval zich op hogere leeftijd voordoet.
Bij primaire epilepsie zijn er, behalve de toevallen, geen andere klachten over het dier;
bij secundaire epilepsie kan dat wel het geval zijn, afhankelijk van de oorzaak.
Bij bepaalde ziekten kunnen aanvallen voorkomen die lijken op een epileptische aanval
(o.a. bij nier- of leveraandoeningen). Andere verschijnselen van de achterliggende ziekte worden dan
meestal al eerder opgemerkt.
Diagnose
Bij jongere dieren kan het beeld zo duidelijk zijn, dat een uitgebreider onderzoek niet nodig is.
Vooral bij oudere dieren wordt meestal een bloedonderzoek uitgevoerd en als daar een aanleiding voor is ook
ander nader onderzoek.
Als door uitsluiting van andere oorzaken is vastgesteld dat het om echte epilepsie gaat, heeft een
nauwkeuriger diagnose geen invloed meer op de behandelingsmogelijkheden. Om die reden wordt er zelden
een uitgebreider hersenonderzoek gedaan.
Behandeling
Epilepsie is niet echt te genezen, maar met medicijnen kunnen de aanvallen bijna altijd voldoende worden tegengegaan.
Als de tijd tussen twee toevallen lang is (4 weken of langer) en de toevallen mild van aard zijn,
is behandeling niet nodig.
Tijdens een toeval kan en hoeft er niets gedaan te worden. Zorg alleen dat het dier zichzelf niet kan verwonden en
zorg ook dat u als eigenaar niet verwond raakt. Blijf met uw handen uit de buurt van de bek
(ook geen medicijnen proberen te geven); door de krampachtige bewegingen zou een hond ongewild kunnen bijten.
Hoe alarmerend het er ook uitziet, een dier zal niet acuut dood gaan tijdens een epileptische aanval.
Als de toeval langer duurt dan ca. 5 a 10 minuten moet op dat moment de dierenarts gewaarschuwd worden om
door middel van een injectie de aanval te onderbreken.
De dosering van medicijnen tegen epilepsie is van dier tot dier verschillend.
Als er ondanks een bepaalde dosis toevallen blijven voorkomen dan moet de dosering worden aangepast
totdat de toevallen geheel achterwege blijven of slechts zo nu en dan optreden.
De behandeling met medicijnen is vrijwel altijd levenslang nodig.
De symptomen
Kennelhoest is een keel- en luchtpijpontsteking, met als belangrijkste verschijnsel: een droge schraaphoest,
die door de eigenaar van een hond vaak wordt omschreven als 'alsof de hond een graatje in zijn keel heeft'.
Vaak wordt daarmee ook wat slijm opgehoest, meestal gevolgd door kokhalzen, waarna het slijm ingeslikt
of eruit gegooid wordt. In het begin van de ziekte kan een hond ook slomer zijn, koorts hebben en minder eten.
Het hoesten kan in de loop van enkele weken vanzelf over gaan, maar er kunnen ook complicaties optreden
zoals bronchitis of longontsteking. De keel- en luchtpijpontsteking kan ook chronisch worden en is dan moeilijk
te genezen. Bij erg jonge dieren, oudere dieren of dieren die door een andere ziekte een verminderde weerstand
hebben kan kennelhoest zich al in de beginfase door koorts en stoppen met eten en drinken tot een ernstig
ziektebeeld ontwikkelen.
De oorzaak
Van meer dan één virus is bekend dat het luchtwegontstekingen kan veroorzaken of de hond gevoeliger kan maken
voor de belangrijkste bacterie die bij kennelhoest een rol speelt.
Verminderde weerstand, stress, veel blaffen of een hogere infectiedruk (veel honden bij elkaar waarvan
meerdere de aandoening hebben) verhogen de kans op verspreiding en aanslaan van de infectie.
De naam kennelhoest is dan ook ontstaan doordat de ziekte zich vooral laat zien op plaatsen waar veel honden
dicht bij elkaar leven, zoals bijvoorbeeld in een pension het geval is.
Ook kan de infectie op straat en bijvoorbeeld op het trainingsveld van hond tot hond worden doorgegeven.
De ziekte wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden rond gesproeid en door opgegeven slijm.
Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan gehouden worden om verspreiding te voorkomen.
Houd er rekening mee dat besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaats vinden.
Ga er altijd van uit dat de infectiekans zeker blijft bestaan zolang de hond hoest.
De behandeling
Bij milde hoestklachten zonder ziekte bij volwassen jongere dieren kan kennelhoest ook met alleen rust en
zo nodig een kinderhoest drankje genezen. Bij wat ergere hoestklachten, verschijnselen van algemeen ziek zijn,
jonge of oude dieren is het veiliger de keelontsteking met antibiotica te behandelen.
Het voorkomen
Het is mogelijk om door vaccinatie de hond te beschermen tegen kennelhoest.
De 'cocktailprik' geeft een zekere weerstand tegen bij kennelhoest betrokken virussen.
Een aparte inenting tegen de bacterie (Bordetella) is van belang voor een echt goede bescherming.
Er zij verschillende redenen om niet standaard iedere hond deze aparte kennelhoest enting te geven.
In het algemeen geldt dat vaccineren beperkt dient te worden tot het noodzakelijke, onder de meeste omstandigheden is
het infectierisico niet zo groot en de ziekte waartegen beschermd wordt heeft wel een heel hinderlijk,
maar slechts bij uitzondering een ernstig verloop. Bovendien is de enting nogal prijzig.
De vaccinatie wordt wel geadviseerd als een hond in een pension moet en in andere situaties waarin het
infectierisico duidelijk groter is.
Er zijn twee soorten kennelhoest vaccins:
Het ene vaccin moet in de neus gedruppeld worden. Het zorgt voor de vorming van antistoffen in neus en keel,
de toegangspoort voor de infectie. De werkingsduur is ongeveer een jaar.
Het andere vaccin wordt ingespoten en geeft bescherming door de vorming van antistoffen in het bloed.
De eerste keer moet de inenting 2 x worden gegeven met een tussentijd van een maand.
Daarna is een jaarlijkse herhalingsenting voldoende. Vanwege de betere bescherming wordt vaak neusdruppel
vaccinatie geadviseerd.
Bij de regelmatige verzorging van de hond hoort ook het knippen van de nagels.
De nagels slijten normaal gezien af tot op de juiste lengte behalve wanneer de hond weinig op harde of ruwe
ondergrond loopt. De nagels van de voorpoten slijten ook minder vlug af dan de nagels van de achterpoten.
Aan de voorpoten raakt de eerste teen of duimnagel de grond niet ( Hubertusklauwen ).
Deze klauwen worden gauw te lang, tenzij de hond aan ´nagelbijten´ doet, en verdienen dus meer aandacht.
Oudere honden staan soms wat doorgezakt, waardoor de nagels ook minder de bodem raken en daardoor onvoldoende afslijten.
Lange nagels , gebroken nagels en nagelbedontsteking zijn veel voorkomende kwalen in een dierenartsenpraktijk.
De eigenaar komt met zijn huisdier meestal pas als het dier plotseling begint te manken.
Het gaat dan meestal om gebroken nagels, waarbij het afgebroken gedeelte nog aan de rest van de nagel vastzit.
Nagels zijn te lang wanneer ze problemen geven in de vorm van ingroeien ( Hubertusklauwen ), blijven haken in
het vloerkleed, of wanneer de nagels door hun lengte breken.
Een nagel breekt omdat hij te lang is of het afbreken is een gevolg van een ongelukkige stap op een
ongelijke ondergrond of door eens gek te doen, waarbij het volle gewicht op één nagel komt.
Een ingescheurde nagel is erg pijnlijk voor een dier, net als voor een mens. Het afgebroken stukje dat er eventueel
aanbengelt moet verwijderd worden en bloeden wordt zo snel mogelijk gestelpt. Dit kan het beste gedaan worden door
een dierenarts omdat soms een lichte verdoving nodig is of op zijn minst een muilbandje.
Heeft de hond regelmatig last van gescheurde duimnagels dan kunnen deze nagels operatief verwijderd worden.
Preventief wordt dit soms al gedaan bij puppies.
Nagelbed ontstekingen komen meer voor bij oudere honden en worden zelden veroorzaakt door trauma, maar meestal
door bacteriële of schimmelinfectie.
Nagels knippen kunt u zelf doen als u voorzichtig bent en er voldoende tijd voor neemt.
Het roze - rode gebied in de nagel wordt het nagelbed of het leven genoemd. Het bevat bloedvaten en zenuwen.
Knip nooit in het leven, het is uiterst gevoelig en de nagel zal hevig bloeden.
Een hondennagel is anders gebouwd dan die van ons. De rond gevouwen vorm van de nagel vraagt om een speciale
kniptang (guillotinetype). Als we een gewone kniptang gebruiken duwt dit de nagel plat zodanig dat de druk
doorloopt tot in het leven en daar een flinke pijnscheut zal veroorzaken.
Border Collies hebben witte of zwarte nagels. Bij doorzichtige of witte nagels kunt u het grootste deel van het
leven zien, maar het nagelbed wordt naar de punt toe smaller en daarmee moet u rekening houden.
Bij honden met zwarte nagels is het soms moeilijk te zien hoever het leven gaat. Vooral bij oudere honden met een
slechte voetstand strekt het levenvaak verder dan verwacht.
Zoals u ziet is nagels knippen niet zo simpel. Laat steeds iemand de hond goed vasthouden en laat het de eerste keer
eens voordoen door een dierenarts of in een trimsalon.
Vreemde voorwerpen in de bek en de keelholte kunnen tot levensbedreigende verwondingen leiden,
vooral wanneer er een groter bloedvat geraakt wordt of de ademhaling bemoeilijkt wordt.
Vaak verwonden honden zich wanneer ze met stokken aan het spelen zijn of wanneer de baas een stok voor ze weg gooit.
Als de hond de stok wil pakken, blijft de stok met de ene kant in de grond staan en de andere kant schiet in
de keel van de hond. Ook kan er iets tussen de tanden of in de keel komen vast te zitten.
Soms heb je als baas niets in de gaten, maar de hond heeft plotseling geen zin meer om te spelen,
kwijlt hevig en bloedt soms uit de bek. Vastzittende voorwerpen probeert de hond weg te krijgen door met
zijn poten over zijn snuit te wrijven.
Wanneer het voorwerp tussen de tanden vast zit, kunt u het voorzichtig trachten te verwijderen.
Houdt er rekening mee dat de hond in dit soort situaties wel eens wil bijten.
Bij moeilijk verwijderbare voorwerpen en bij bloedende verwondingen moet de hond direct naar de dierenarts.
Dikke of vermolmde stukken hout zijn niet zo gevaarlijk als dunnere, buigzame takken.
Beter is het om de hond helemaal niet met takken te laten spelen. Een bal voldoet ook!
Het is goed om bij de hond te oefenen om aan en in zijn bek te mogen komen op momenten dat er niets aan de hand is.
Iedere keer belonen als de hond het zonder protest heeft toegestaan helpt.
Doofheid
Doofheid is het onvermogen van een hond om geluid te horen.
Doofheid kan aangeboren zijn of ontstaan door externe oorzaken.
Bij het laatste moet gedacht worden aan beschadigingen aan het oor of de hersenen door bijvoorbeeld
geweld tegen de schedel. Daarnaast kan door infecties of teveel oorsmeer ook tijdelijke doofheid ontstaan.
Aangeboren doofheid kan ontstaan door afwijkingen aan het binnenoor, de zenuwen of de hersenen.
Van ongeveer 35 hondenrassen is bekend dat ze last kunnen hebben van aangeboren doofheid.
Honden die deze aandoening hebben dienen niet gebruikt te worden om te fokken.
Hoe herkend u doofheid bij een hond:
* de hond reageert niet wanneer u hem roept
* de hond reageert alleen als hij u aankijkt
* de hond slaapt meer dan normaal
* de hond wordt niet wakker tenzij u hem aanraakt
* de hond draait naar de verkeerde kant als u hem roept
* de hond schudt vaak met zijn hoofd
* de hond krabt vaak aan zijn oren
Doofheid kan dus vastgesteld worden door de hond te observeren.
Voor het vaststellen van de precieze oorzaak zullen echter testen nodig zijn.
Deze testen zullen moeten worden uitgevoerd door een dierenarts.
Doofheid die ontstaan is door teveel oorsmeer of een infectie is goed te behandelen.
Bij neurologische aandoeningen, zware beschadigingen van het oor of aangeboren afwijkingen kan de doofheid vaak
niet behandeld worden.
Deze honden kunnen echter nog steeds perfecte huisdieren zijn. Alleen zal bij de opvoeding en omgang met deze dieren
rekening gehouden moeten worden gehouden met hun doofheid.
Een doof huisdier vraagt een aangepaste opvoeding. Normaal worden commando's mondeling geven aan een hond.
Bij een dove hond werkt dit niet. Een veel toegepaste methode is het gebruik van handsignalen.
Vaak wordt dan ook gebruikgemaakt van dezelfde handsignalen die door doven mensen worden gebruikt.
Dit is vooral handig indien de hond tijdelijk naar een pension moet.
Op het overzicht van de gebarentaal voor mensen, kan aangegeven worden welke tekens een betekenis voor de hond hebben.
Het is voor een hond niet moeilijk om handsignalen te leren. Een hond communiceert voor een groot gedeelte via
zijn lichaamstaal, hij zal dan ook zeer snel doorhebben om de handen in de gaten te houden.
Alle honden moeten worden gesocialiseerd. Dit is vooral bij dove honden een belangrijk aspect.
Een belangrijk aspect hierbij is het benaderen van de hond. Omdat de hond niets hoort, kan hij schrikken wanneer
hij plotseling wordt aangeraakt of wakker wordt gemaakt. Daarom moet al op vroege leeftijd worden geoefend om de hond
of de mand aan te raken wanneer hij slaapt.
Wandelen met een dove hond vraagt extra aandacht. Zo zal een dove hond gevaar niet horen.
Elke hond moet de kans krijgen om los te rennen om zijn energie kwijt te kunnen.
Om toch contact te houden met de hond moet men zorgen dat men altijd in het gezichtsveld van de hond blijft.
Door middel van het zwaaien met de handen overdag of een zaklamp indien het donker is,
kan de aandacht van de hond worden verkregen. Het is aan te bevelen om een naamplaatje met de woorden "doof" erop
aan zijn halsband te bevestigen. Mocht de hond weglopen dan weet diegene die de hond vindt dat hij doof is.
Een dove hond kan een fantastisch huisdier zijn. Hij vraagt alleen wat meer tijd en aandacht dan een horende hond.
Oorzaken van agressie bij honden
Agressie bij honden kent vele verschijningsvormen en een nog groter aantal mogelijke oorzaken.
Hoewel het begrijpelijk is dat mensen agressie van hun hondse huisgenoten (meestal) niet tolereren,
is het toch goed te bedenken dat bijten op zich volkomen normaal honds gedrag is.
Een hond die wordt geconfronteerd met een situatie die in de ogen van de hond bedreigend is,
kan kiezen tussen vluchten of aanvallen. Beide soorten van gedrag hebben in de gegeven situatie maar één doel:
de afstand tussen de hond en "de bedreiger" vergroten.
Het vergroten van de afstand wordt bereikt door of jezelf te verwijderen van de plek des onheils (vluchten) of
ervoor te zorgen dat de ander dat doet (dreigen/aanvallen).
Welk gedrag gekozen wordt (vluchten of aanvallen) hangt onder andere af van genetisch bepaalde
voorkeursgedragingen van de hond, van eerdere ervaringen (was vluchten of juist bijten in vorige gevallen succesvol),
de omstandigheden (is er ruimte om te vluchten), de mate van verdedigingsdrift van de hond in die situatie
(een hond zal op zijn eigen territorium eerder bijten) enzovoort.
Regelmatig horen wij van eigenaren dat de hond "zomaar, zonder enige aanleiding" heeft gebeten.
In werkelijkheid was er in de ogen van de hond wel degelijk een aanleiding, maar om die te kunnen zien vraagt dit
van mensen om hun menselijke bril af te zetten en met hondse ogen te kijken naar de situatie.
Voorbeelden van gebeurtenissen/situaties die door veel honden als bedreigend worden ervaren
(maar niet altijd door mensen als zodanig herkend worden) zijn:
De hond wordt recht aangekeken door iemand die hij niet kent en/of niet volledig vertrouwt.
Door iemand recht aangekeken worden kan als zeer bedreigend worden ervaren, zeker wanneer de kijkende persoon
ook nog in jouw richting komt. Ook wij mensen kennen dit verschijnsel; hoe zou u zich voelen wanneer u op
straat loopt en iemand maakt oogcontact met u en loopt vervolgens recht op u af?
U zou waarschijnlijk het idee hebben dat die persoon kennelijk iets van u wil en waarschijnlijk zou u zich
(heel) onbehaaglijk voelen.
Vreemd genoeg verwachten veel mensen van honden toch dat die hun starende blikken als normaal of zelfs
aangenaam ervaart.
Iemand maakt een gebaar van bovenaf richting de hond (bijvoorbeeld over de kop van de hond aaien). Gebaren van
bovenaf kunnen door honden om twee redenen als bedreigend worden ervaren.
De hond kan het gebaar associëren met een aanval (op hem gerichte agressie), maar hij kan het gebaar ook
associëren met dominantie.
Honden die in het contact met een andere hond hun ranghogere positie willen benadrukken kunnen dit onder andere
doen door een poot op de rug van de ander te leggen, door op de andere hond te "rijden" of door te proberen
de ander plat op de grond te krijgen en er zelf (letterlijk) boven te gaan staan.
Wanneer een hond vindt dat hij ranghoger is dan u (of, op zijn minst, wanneer de hond niet volkomen duidelijk
is dat hij ranglager is), kan een gebaar van bovenaf worden opgevat als een bedreiging voor de ranghoge
positie van de hond.
Iemand wil in de ogen van de hond iets van hem afpakken.
De bedreiging kan een gebied (territorium, ligplaats) betreffen, maar ook andere verworvenheden zoals voer,
speeltjes enzovoort.
De bedreiging kan bovendien nog betrekking hebben op "levende have", bijvoorbeeld puppies in geval van een
moederhond of de verdediging van andere roedelleden (de baas, de kinderen, een andere hond uit dezelfde roedel).
Onthoud goed!
Een hond is geen kind. Hij moet zijn plaats als huisdier kennen.
Als uw hond al agressief gedrag vertoond aan de riem(blaffen en trekken richting te bijten doel),
is het zeer belangrijk de hond kort te houden, niks zeggen en op normale manier proberen door te lopen met de hond.
(wat in sommige gevallen ook kan helpen is een planten spuit met water mee nemen en als de hond begint te trekken
aan de riem om in de aanval te gaan en de hond één maal nat spuiten.
Dit is alleen aan te raden als negeren echt niet helpt.
Op een gegeven moment zult u zien dat dit trek gedrag naar het "te bijten doel" langzamer hand verdwijnt.
Denk hier bij niet dat de hond niet meer zal bijt. Als de hond wel rustig langs "het te bijten doel" kan lopen is
het ook belangrijk de hond te belonen met iets lekkers, of uw stem.
Binnen in huis bijten kan een heel groot probleem veroorzaken.
Visite of zelfs leden van het gezin kunnen hier schade aan onder vinden. Hierbij is het ook zeer belangrijk de
basis regels weer door te nemen zit,af,hier, de regels van de roedel door te nemen en strak te hanteren.
De hond laten weten wie de baas is in huis en dat alle leden van het gezin boven hem of haar staan in de roedel.
Ook de visite staat hoger als de hond. Ook altijd de hond belonen bij het gewenste gedrag.
Een vaak gebruikte methode is de hond (of het kan ook een pup zijn) z'n snuit vast pakken en met duim en wijsvinger
de lippen van de hond naar binnen drukken. Dit kan zeer vervelend zijn voor de hond, maar uiteindelijk zal hij of
zij het afleren, en beland de hond niet onnodig in het asiel!
's Nachts blaffen
Het antwoord is simpel: Negeer de hond.
Door te blaffen, is hij je aan het leren om te antwoorden. Je hebt waarschijnlijk last van enkele
lawaaierige nachten, maar je laat zo zien, dat blaffen niet werkt.
Je moet in ieder geval nooit reageren door te schelden of te schreeuwen.
Als je dat doet, zal de hond alleen maar denken dat het blaffen productief was, omdat jij ook hebt geblaft.
Excessief blaffen
De reden van excessief blaffen is angst en hij is bang omdat hij niet gesocialiseerd is.
Hij is nerveus door elk geluid dat hij hoort en blaft om de dreiging weg te jagen.
Een hond die constant huilt, jankt en blaft of destructief is, kan soms huidproblemen hebben.
Hij likt, krabt zichzelf door de stress, veroorzaakt doordat hij alleen gelaten wordt.
Over het algemeen komt dit probleem niet bij honden voor die gesocialiseerd zijn door een
opvoedingscursus op jonge leeftijd.
De oplossing is socialisatie via gehoorzaamheidscursussen en door thuis duidelijke regels te stellen.
Blaffen als de baas weg is
Dit is een groot probleem dat veroorzaakt wordt door bazen. De hond is een roedeldier en als hij
als lid van de familieroedel de vrijheid krijgt om overal in het huis te komen en om in de slaapkamer te slapen,
zal hij aan stress leiden als de roedel weg gaat, omdat hij verwacht dat hij meegaat.
Als mensen het huis verlaten, zouden ze hem 10 minuten van te voren niet meer moeten aanraken of met hem praten.
Hetzelfde geldt als ze thuiskomen: negeren, niet praten, niet aaien, niet kijken, niks.
Zo begrijpt de hond, dat zijn blaffen de baas niet terug heeft gebracht.
Hij heeft namelijk geblaft terwijl je weg was en hij wordt hiervoor geprezen door je aandacht als je thuiskomt.
Hij denkt dan, dat zijn blaffen je terug heeft gebracht. De uitdrukking luidt: Een hond blaft erger dan hij bijt.
Dit geldt zeker voor de buren van een constant blaffende hond die te lang alleen wordt gelaten.
Hopelijk zal geen enkele lezer toelaten dat zijn hond zo'n last voor de buurt wordt.
Tegen de postbode blaffen
De postbode of een ander persoon die regelmatig aan de deur komt, wordt door de hond als een indringer
beschouwd en daarom blaft hij en wordt hij meteen beloond doordat de postbode weg gaat.
Hij denkt dat hij de indringer heeft weggejaagd en zijn plicht heeft gedaan.
Praat met je postbode en probeer hem te laten meewerken. Zeg hem, dat je een hondensnackje voor de deur laat liggen en
vraag hem het door de brievenbus te stoppen voordat hij de brieven erin gooit.
De snack is een betere beloning dan de postbode wegjagen.
Blaffen als de telefoon of de deurbel gaat
Als je tegen je hond schreeuwt als hij blaft wanneer de telefoon of deurbel gaat, moedig je hem aan om nog
meer te blaffen. Hij voelt dat er gevaar is als je reageert. Vraag een vriend om je op bepaalde afgesproken
tijden te bellen. Beweeg of praat niet als de telefoon overgaat. Nadat je vriend dit een paar keer heeft gedaan,
zal je hond niet meer blaffen als de telefoon overgaat.
Blaffen vanaf balkons
Als een hond tegen een voorbijganger blaft vanaf het balkon, is hij gewoonweg zijn dominantie aan het tonen.
Ten eerste door op mensen neer te kijken en ten tweede door hen met succes te vertellen dat ze weg moeten wezen.
Wat de hond betreft, is hij aan het protesteren tegen het betreden van zijn terrein.
En wat nog aangenamer is, zijn geblaf wordt beloond doordat de voorbijganger wegloopt.
Antwoord: Verban de hond van het balkon.
Er zijn echter baasje die er voor kiezen hun hond wel te laten blaffen en die leren hun hond op commando blaffen.
Dit kan zolang je ook je hond leert op commando te stoppen. Als jij een goede roedelleider bent bepaal jij wat er
gebeurt en zal je hond dat accepteren van jou dat jij bepaald of hij mag blaffen of niet.
Bij de wolven is het ook zo dat de alpha, de roedelleider alles bepaald, als een ander iets doet wat niet bevalt
zal hij op zij plaats gezet worden. zo werkt het ook bij ons.
Als je niet wilt dat je hond blaft zet hem dan op zijn plaats. Jij bent de leider.
Er zijn situaties waardoor je de vat op je hond kwijt kan raken. Een hond word bv. ziek.
Het kan zijn dat hij zich dan zo rot in zijn lijf voelt zitten, zoveel pijn heeft, zich zo hulpeloos voelt of
ongelukkig dat hij hierdoor gaat blaffen. dan kun je hem niet meer kunt corrigeren op blaffen of ander gedrag.
Je zult dan eerst de oorzaak moeten zoeken van het onstaande gedragsprobleem.
En daarmee aan het werk gaan.
Een blaffende hond is niet nodig, je kan er wat aan doen!
Aanschaf hond
Wat is belangrijk indien u de aanschaf van een hond overweegt?
De beslissing is snel genomen.
De honden die u elke dag buiten tegenkomt zijn schattig en u wilt zelf ook zo'n leuke kameraad.
Maar realiseert u zich dat een hond gemiddeld 10 jaar oud wordt en soms zelfs 15 jaar.
Heeft u eenmaal een hond in huis gehaald, dan kan hij eigenlijk niet meer weg of de omstandigheden moeten wel
heel extreem zijn.
De hond die u voor ogen heeft:
" is beslist een leuke hond, waarmee iedereen kan omgaan;
" die lief in zijn mand ligt;
" nooit met vuile poten uw huis binnenkomt;
" geen eten van de tafel pakt;
" en zo schattig naar u kijkt;
" vooral die pup!
Maar….diezelfde hond:
" zorgt er ook voor dat u gebonden bent. Immers, hij moet geregeld uit en kan niet de hele dag alleen thuis blijven;
" moet een oppas hebben met uw vakantie of u moet hem meenemen, hetgeen ook niet altijd even gemakkelijk is;
" moet elke dag ook voer hebben en brengt extra kosten met zich mee, want ook zijn mand en riem moeten wel
eens vernieuwd worden en daarnaast moeten we nog de dierenarts en de hondenbelasting niet vergeten;
" zal als pup best iets kapot maken, want de poten van uw stoelen ruiken zo lekker en zijn zo fantastisch om
aan te knabbelen;
" moet minstens vier keer per dag naar buiten, ook als het regent of sneeuwt. Als pup is dit dubbel zo veel en
voor een volwassen hond geldt dat minstens één wandeling toch minimaal een half uur moet duren;
" verlangt elke dag dat u met hem speelt, want ook hij heeft aandacht nodig en krijgt hij deze niet dan zal
hij u er beslist van overtuigen dat u toch iets met hem moet doen;
" is echt niet die supergehoorzame hond die u op de televisie ziet; de opvoeding is tijdrovend en energievretend;
" en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Er zijn vele negatieve kanten aan het houden van een hond op te noemen, maar hondenliefhebbers hebben een ding gemeen:
Ze vinden dat het hebben van een hond nog veel meer positieve kanten heeft en de liefde en kameraad van een
hond alles goed maakt.
Elk land heeft zijn eigen vereisten voor de toegang van honden. U kunt de eisen voor het betreffende land
opvragen bij het consulaat van het desbetreffende land.
Voor alle gevallen geldt echter dat u altijd vooraf moet informeren bij uw dierenarts naar de
actuele stand van zaken, bijvoorbeeld de geldigheidsduur van de rabiesenting. Doe dit niet op het laatste moment,
sommige landen vragen al om bepaalde zaken die dan maanden vooruit dienen te gebeuren.
In diverse landen komen ziekten voor. Het is goed hiervan op de hoogte te zijn, omdat alertheid geboden is.
Ieder jaar gaan er rond Pasen, Sinterklaas en Kerst honden dood door het eten van chocola.
Verstopte chocolade-eieren met Pasen die niet gevonden worden, chocoladeletters in de schoen die met
Sinterklaas voor de kachel staan en chocoladekransjes die als kerstversiering in de boom hangen.
Als je even niet oplet kan je hond deze te pakken krijgen en opeten.
Hoewel het voor ons alleen voor de lijn slecht is, is het voor de hond dodelijk!
Zorg dus altijd dat je hond géén chocolade kan eten of drinken (chocolademelk!).
Dit geldt ook voor de grondafdekking met cacaodoppen die in sommige tuinen gebruikt wordt!
Vraag: Waarom is chocolade dodelijk?
In chocolade zit theobromine. Dit is een giftige stof die in elke chocoladesoort zit, ook in chocolademelk.
In pure chocolade zit meer theobromine als in melkchocolade. Theobromine is zo giftig voor de hond,
dat één reep pure chocolade van 200 gram een hond ter grootte van een Labrador kan doden.
Wat zijn de symptomen van chocoladevergiftiging?
Als de hond vergiftigd is door theobromine kunnen de volgende symptomen voorkomen:
" hoge bloeddruk (versnelde hartslag)
" Stuiptrekkingen
" Overgeven
" Diaree
" Overmatig drinken
Wat moet je doen als je vermoedt dat je hond een chocoladevergiftiging heeft?
Als je merkt dat je hond chocolade heeft gegeten, of als je hem op heterdaad betrapt hebt, of als de hond
één van bovenstaande symptomen heeft en de oorzaak zou chocolade kunnen zijn, ga dan onmiddellijk
naar de dierenarts!
Dit is een spoedgeval.
Wacht niet tot het spreekuur en mocht het toevallig spreekuur zijn meldt u dan zodat u voor andere mensen
naar binnen kunt!
De dierenarts kan uw hond behandelen, mits u er op tijd bij bent.
Tot slot
Mocht je je hond willen verwennen koop dan iets dat speciaal voor honden gemaakt is, dit voorkomt veel narigheid.
Een gezonde teef zal voldoende melk produceren om haar pups te voeden.
Als de pups ongeveer 4 weken oud zijn, kan er begonnen worden met het geven van vast voedsel, het zogenaamde afspenen.
De darmen van een pup van 4 weken bevatten nog geen optimale darmflora.
Het verteringsstelsel van een pup die voor het eerst vast voedsel krijgt moet daarom nog gestimuleerd worden
om verteringsenzymen aan te maken en een gezonde darmflora te creëren.
Een goede basis hiervoor kunt u het beste leggen door af te spenen met vers vlees. bv gehakt van rundvlees.
Begin met kleine hoeveelheden vers vlees die individueel aangeboden worden zodat goed kan worden bijgehouden of en hoeveel de pup eet.
Na de afspeenperiode van ca. 14 dagen met vers vlees kunt u overgaan op droogvoer en zal de pup ook dit optimaal kunnen benutten.
Ook kunt u doorgaan met voeren van vlees.
De manier van afspenen is voor de vertering van de pup erg belangrijk, deze basis kan maar 1 keer worden gelegd!
Anorexia is een hele slimme manier die een hond heeft gevonden om jouw aandacht op te eisen.
Iedereen wil natuurlijk een goede baas zijn voor zijn of haar hond en daarbij hoort dat die goed te eten heeft.
Als hij niet goed eet, voel je je daar als baas dus niet prettig bij.
Om je hond over te halen zijn brokken toch op te eten, probeer je hem uit je hand te laten eten of om er wat lekkers bij te gooien.
De hond heeft hiermee één ding geleerd: 'gewoon net zo lang bij je bak blijven zitten totdat je uit de hand wordt gevoerd.
Heerlijk, al die aandacht. Bovendien krijg ik iets super lekkers als ik niet eet, dus waarom zou ik eten?
Bedenk dat je hond gemakkelijk een aantal dagen zonder eten kan (mits hij lichamelijk gezond is!).
Bij mensen is dat anders. Als wij twee dagen helemaal niets eten, gaan we ons zorgen maken.
De meeste baasjes doen dat ook als hun hond een hele dag niets heeft gegeten.
En vanuit een gevoel van zorgzaamheid proberen zij dan de hond te 'helpen'.
Dit is een goed voorbeeld van de miscommunicatie tussen mens en hond.
Zodra je een nieuwe brok geeft, wil hij die graag eten, maar al gauw verliest hij zijn interesse in deze brok en wil hij hem na een tijdje niet meer eten.
Totdat je weer met een nieuwe brok komt, waarna het circus opnieuw begint.
Bedenk dat een nieuwe brok voor een hond smaakt als een koekje.
Hij kent het niet, het is nieuw. Lekker, zo'n beloning.
Krijgt hij het vervolgens elke dag in zijn bak, dan is de lol er snel vanaf.
Wisselen van voeding is dus geen oplossing voor een hond die slecht eet.
Het is heel eenvoudig om je hond te leren dat hij zijn brokken gewoon moet opeten als je zijn bak neerzet.
Dat doe je als volgt:
- Doe niet al te veel brokken in zijn bak en zet de bak neer.
- Geef de hond GEEN aandacht.
Veel baasjes gaan de hond aanmoedigen om te eten (toe maar, ga maar eten!'). Met dit aanmoedigen krijgt hij namelijk weer aandacht voor het niet-eten. Zet de bak neer en loop weg.
- Na ca. een kwartier haal je de bak weg en berg je hem op. Geef je hond gedurende de dag geen beloningen, want daar vul je zijn maag mee.
- 's Avonds, op zijn normale etenstijd, zet je dezelfde bak neer en loop je weer achteloos weg. Na een kwartier haal je de bak weg. Heeft hij niks gegeten? Dan herhaal je deze hele procedure de volgende dag weer. Ga de hond niet 's avonds laat nog eten aanbieden, want dan leer je hem nog niet te eten als jij dat wilt. Doe telkens een kleine hoeveelheid brokken in de bak, zodat hij een beetje hongerig blijft en geinteresseerd raakt in de voerbak.
Zodra de hond merkt dat zijn niet-eten hem geen aandacht meer oplevert en zijn honger neemt toe, zal hij meteen gaan eten als je zijn bak voor hem neerzet.
Resultaat gegarandeerd!
Een microchip is ongeveer zo klein als een rijstkorrel en wordt bij het dier tussen de schouderbladen onder de huid ingebracht.
Deze microchip heeft een uniek nummer dat aan uw huisdier gekoppeld wordt en is gemakkelijk af te lezen met een chipreader.
Elke instantie die met dieren te maken heeft is in het bezit van een dergelijk afleesapparaat, dus ook uw dierenarts.
Het nummer is een koppeling naar u en uw persoonlijke contactgegevens die zijn opgeslagen in een centrale database.
Het inbrengen van de chip gebeurt met een injectienaald.
Hoewel die naald wel wat dikker is dan een naald waarmee de dieren hun jaarlijkse prik krijgen, is er nauwelijks reactie waar te nemen.
Sinds 1 januari 1998 worden alle rashonden door de Raad van Beheer gechipt in plaats van de vroeger voorgeschreven tatoeage.
Het kan handig zijn om de pup, naast de reeds bestaande registratie in het Nederlands Honden Stamboek, ook aan te melden bij een andere databank.
De Raad van Beheer is namelijk niet 24 uur per dag bereikbaar en niet ingesteld om vermiste honden op te sporen.
Tevens zijn zij gebonden aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens waardoor zij niet zomaar eigenaargegevens aan derden mogen verstrekken.
Via een gespecialiseerde databank kan namelijk iedereen, 24 uur per dag, de eigenaar van een hond traceren.
Ook een pup kan weglopen of kwijtraken!
Het is aan te raden dat aanmelden onmiddellijk te doen, zodra u de hond in huis krijgt.
De eigenaar moet wel zelf zorgdragen voor het laten registreren van het chipnummer van zijn hond bij een databank.
Vergeet ook niet bij verhuizen de nieuwe gegevens aan de databank én aan de Raad van Beheer door te geven.
De Raad van Beheer werkt voor het aanmelden bij een databank samen met de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren (NDG).
De chippers van de Raad van Beheer geven aan de fokker NDG-aanmeldformulieren voor de nieuwe pupeigenaren.
Daarmee kunnen de eigenaren de hond laten registreren bij de NDG zodat deze 24 uur per dag opgevraagd kan worden.
Heeft u geen aanmeldformulier ontvangen van uw fokker dan kunt u contact opnemen met de NDG om een formulier aan te vragen.
|