Home


De informatie op deze pagina is met de grootste zorg samengesteld, wij kunnen echter niet verantwoordelijk gehouden worden voor eventuele fouten of afwijkende situaties. Wij adviseren U om in geval van twijfel, andere specialisten te raadplegen.


Loopsheid


Wat houdt de loopsheid in?
De loopsheid is de vruchtbare periode van de teef.
Deze periode kenmerkt zich doordat het geslachtsdeel meer is opgezwollen als normaal en de teef hieruit druppeltjes bloed verliest. Tijdens deze periode kan ze gedekt worden.

Verschijnselen.
* De vulva zwelt op.
* De reuen raken erg geïnteresserd in de teef (wat de teef niet leuk vindt)
* Na enkele dagen begint de teef te vloeien (= 1ste dag van de loopsheid, de pro-oestrus).
Deze uitvloeiing is in het begin bloederig en gaat later over in een bruin waterige uitvloeiing.
* Tussen de 9e-12de dag van de loopsheid is de hond vruchtbaar, de oestrus: is de periode waarin ze kan drachtig worden. In deze periode worden reuen niet meer door de teef weggejaagd. De teef probeert zelfs te ontsnappen om op zoek te gaan naar de reu!
* Na de vruchtbare periode gaat de uivloeiing stoppen, de vulva gaat weer slinken en de teef snauwt weer de reuen af: de metoestrus is begonnen.
* 3 weken na het begin van de loopsheid stopt de loopsheid. Tijdens de loopsheid zwelt de baarmoeder (uterus) op, ook de bloedvaten van de baarmoeder zwellen op. Pas 8-10 weken na het einde van de loopsheid is de baarmoeder weer tot rust gekomen. Dan gaat de met-oestrus over in de an-oestrus (de rustperiode). Soms treedt er dan nog wat taaie melkachtige uitvloeiing uit de baarmoedermond op gedurende 1-2 dagen.

Wanneer wordt mijn teef loops?
Een teef wordt voor de eerste keer loops tussen de 5-18 maanden leeftijd. Wanneer ze voor het eerst loops wordt hangt van veel factoren af:
* de grootte. Hoe groter een hond wordt, hoe later ze loops wordt.
* erfelijkheid. De fokker kan vaak goed vertellen wanneer uw teef voor het eerst loops wordt.
* als er een loopse teef bij u in huis of in de buurt is stimuleert dat uw teef om ook loops te worden.Echter, indien in huis meerdere teven aanwezig zijn, wordt een jong teefje meestal pas de eerste keer loops als zij ca. 14 maanden is.

De eerste loopsheid kan normaal verlopen maar kan ook kort duren of juist erg lang. Het vloeien kan praktisch afwezig zijn of juist heel erg heftig. Honden worden om de 5-8 maanden loops, dit kan steeds bv. om de 6 maanden zijn maar kan ook voortdurend veranderen.

De ongewenste dekking
Het kan gebeuren dat uw hond op de een of andere manier gedekt wordt. Teven zijn erg vindingrijk om te ontsnappen of er kan een reu bij u over de schutting klimmen. Ook al hebben ze niet "vastgezeten", er is een behoorlijke kans dat uw hond gedekt is en dus ook bevrucht. Of uw hond gedekt is nooit met 100% zekerheid vast te stellen. Om te verkomen dat uw hond drachtig wordt bestaat er de zogenaamde "morning after prik". Deze morning after prik dient op de 3-de en 5-de dag na de dekking gegeven worden.

Loopsheid voorkomen
Loopsheid is op zich iets heel natuurlijks, mocht de loopsheid voor de hond en U geen probleem zijn: dan hoeft U natuurlijk niets te ondernemen. Mocht u willen dat uw hond niet meer loops wordt, dan moet er actie worden ondernomen.
Wat zijn de mogelijkheden?
De prikpil
Door middel van een injectie krijgt Uw hond elke 5 maanden een hormoon toegediend.
Voordeel:
# Geen operatie
# Minder risico op incontinentie (kan na een operatie op latere leeftijd gaan optreden)
Nadeel:
# Soms ontstaat op de injectie plaats een vachtverkleuring of een kale plek.
# Schijnzwangerschap treedt soms toch nog op.
# De kans op baarmoeder ontstekingen neemt na langdurig gebruik aanzienlijk toe.
# De kans op borstkanker (melkkliertumoren) neemt aanzienlijk toe
# Is op den duur veel duurder dan sterilisatie
Sterilisatie
Strikt medisch gezien is steriliseren het onvruchtbaar maken: het onderbinden van de eileider/ zaadleider.
Castreren is het verwijderen van inwendige geslachtsorganen: bij de teef de eierstokken/baarmoeder en bij de reu de testikels.
In het normale spraakgebruik echter "castreren we de reu" en "steriliseren de teef".
Door middel van een operatie worden de eierstokken en de baarmoeder verwijderd.
Deze operatie vindt plaats onder algehele anesthesie.
Door de moderne gasverdoving en goede narcose bewaking is het operatie risico erg klein.
Voordeel:
# De teef wordt niet meer loops of schijnzwanger.
# Doordat de eierstokken verwijderd zijn kunnen deze organen zowel direct als indirect geen problemen meer opleveren zoals baarmoederontsteking en eierstokkanker.
# Minder kans op melkkliertumoren (borstkanker). Hoe jonger een teef gesteriliseerd wordt hoe minderkans op melkkliertumoren!
# Sterk verminderde kans op suikerziekte.
# Is eenmalig
# Is bij levenslange loopsheid preventie veruit de goedkoopste methode
Nadeel:
# elke operatie heeft een erg klein risico.
# de teef kan soms gemakkelijker dik worden, dit is niet altijd te voorkomen.
# kleine kans op urine-incontinentie, met name als de teef oud wordt, dit is meestal met medicijnen goed te verhelpen.
# soms kan de vacht veranderen. Met name bij Ierse Setters en heidewachtels is de kans groot...
Wanneer steriliseren ?
Het beste is het om de teef te laten steriliseren voor (!) de eerste loopsheid.
Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat bij teven die voor de eerste loopsheid al gesteriliseerd worden, de kans op het ontstaan borstkanker op latere leeftijd met een factor 100-1000 doet afnemen. Na de 1e loopsheid steriliseren verminderd de kans op borstkanker nog met een factor 4-5.
Heeft de hond al een aantal loopsheden doorgemaakt dan heeft sterilisatie nauwelijks
nog preventieve werking op het ontstaan van melkkliertumoren.
Wij adviseren om teefjes te laten steriliseren zodra ze 5-6 maanden zijn.
Bij jonge dieren is de ingrijp eenvoudiger en ze herstellen vaak (nog) veel sneller.
De pil in tabletvorm
Deze laatste methode heeft als voordeel dat op elk gewenst moment gestopt en begonnen kan worden.
Met name om de loopsheid uit te stellen, bijv. tot na een vakantie, is het geven van "de pil" een prima methode. Voordeel:
# mits op tijd begonnen maar kleine doses hormonen nodig
# je hoeft niet met de hond naar de dierenarts
# werkt snel en kort
Nadeel:
# kans op vergeten
# bij langdurig gebruik: ook hier verhoogde kans op borstkanker en melkklier ontstekingen.

Tips:
Tijdens de loopsheid, die ongeveer 3 weken duurt, moet u uw teef goed in de gaten houden, zodat ze niet kan ontsnappen en er een ongewenste dekking tot stand komt.
Laat haar dus gedurende deze tijd altijd aan de lijn lopen.
Ook niet los om haar uit te laten rennen, want een dekking is gebeurd voordat je er erg in hebt.
Als de loopsheid voorbij is kunt u de teef het beste helemaal in bad doen, zodat de geur van de loopsheid verdwijnt en de reuen niet meer lastig doen.
Natuurlijk moet u niet vergeten ook het kussen of de plaid waar uw teef op ligt of slaapt en de mand na de loopsheid grondig te reinigen.
Wat de reu betreft heeft u er alleen maar last van dat de reu soms vervelend kan doen door te zitten piepen en/of jammeren omdat er loopse teven in de buurt zijn.
De ene reu heeft hier meer last van dan de andere. Vooral als de reu eens een keer een loopse teef heeft gedekt, dan wil het nog weleens voorkomen dat hij de smaak te pakken krijgt en constant op zoek is naar loopse teven. Ten laatste, heeft er toch een ongewenste dekking bij de teef plaatsgehad, dan kunt u het beste onmiddellijk contact opnemen met uw dierenarts.
De teef kan dan een kuur krijgen waardoor de eventuele bevruchting wordt afgebroken.
Uw teef wordt daarna wel weer opnieuw loops, maar dat is beter dan ongewenste puppies.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index



Honden- en kattenbeten


Bijtwonden vormen uitstekende voedingsbodems voor bacteriën; de kans op een wondinfectie is groot.
Een groot deel van de bijtwondinfecties is te voorkomen door een goede wondbehandeling.
Wonden moeten altijd meteen goed worden uit- gespoeld met veel water.
Oppervlakkige wonden worden daarna gedesinfecteerd met betadine.
Diepere wonden moeten uitgebreider worden schoongemaakt, gevolgd door
het aanbrengen van een nat verband en het geven van rust.
Afhankelijk van de omstandigheden kan het gebruik van antibiotica nodig zijn,
vooral bij bijtwonden aan handen of gezicht, of bij wonden die bij de behandeling
al langer dan acht uur bestaan, of als er sprake is van risicoverhogende factoren bij de patiënt.
Bij bijtwonden waarbij er al verschijnselen van wondinfectie zijn (pijn, roodheid, zwelling)
is altijd een antibioticumbehandeling nodig.
Vraag dus bij bijtwonden zo nodig advies aan uw huisarts en informeer dan tevens
naar de noodzaak van een tetanusinjectie. Bovenstaande adviezen betreffen bijtwonden bij mensen.
Als een hond of een kat zelf gebeten zijn geldt in grote lijnen hetzelfde.
Bij een wat diepere bijtwond is vaak behandeling met antibiotica nodig;
een tetanus injectie is echter bij bijtwonden van de huisdieren onderling niet nodig.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index



Heupdysplasie


Wat is heupdysplasie?
Bij heupdysplasie (HD) is er onvoldoende aansluiting van de kop van het dijbeen en de kom van het heupgewricht, waardoor het gewricht niet stabiel is.
De belasting van het gewricht is dan niet normaal en overmatige slijtage met onregelmatigheden aan de kop en de kom is het gevolg.
Heupdyslasie wordt voornamelijk gezien bij de middel grote en grote honden, bij het ene ras meer dan bij het andere en ook bij kruisingen van grotere honden kan HD voorkomen.
Oorzaak
Heupsysplasie is een grotendeels erfelijke afwijking van één of beide heupgewrichten.
Niet alle pups van ouders met HD krijgen echter de aandoening en het HD vrij zijn van ouderdieren is geen volledige garantie dat de jonge hond klachtenvrij blijft.
Naast de erfelijke aanleg hebben voeding en beweging ook invloed op het ontstaan van HD-klachten.
Overmatige belasting door een teveel aan lichaamsbeweging, traplopen en springen en een te snelle groei kunnen een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van de heupgewrichten.
Symptomen
De klachten zijn afhankelijk van de ernst van de gewrichtsveranderingen en of de hond de aandoening aan één of aan beide heupen heeft.
De eerste klachten worden soms al op een leeftijd van 2-3 maanden gezien.
Bij ernstige vormen kan een pup een zwaaiende of huppelende gang van de achterpoten hebben, kreupel zijn (met name bij éénzijdige HD), te snel vermoeid zijn, vermijden om langduriger te staan en moeite hebben bij het opstaan.
Bij minder ernstige heupdysplasie ontstaan klachten geleidelijker en gaat het vaak vooral om stijfheid of kreupelheid die het ergst is na rust. Soms heeft de hond jarenlang geen last en ontstaan pas klachten na een abnormale beweging of op latere leeftijd als de spierkracht afneemt.
Diagnose
Bij onderzoek van de hond wordt meestal pijn bij het bewegen van de heupgewrichten geconstateerd.
Een röntgenfoto kan daarna duidelijk laten zien of er sprake is van heupdysplasie en in welke mate de heupgewrichten veranderd zijn.
Niet altijd stemt het beeld van de foto overeen met de ernst van de klachten. Soms zijn er op de foto ernstige veranderingen te zien bij een hond met weinig klachten, maar andersom kan ook.

Behandeling
Als bij een pup HD wordt geconstateerd:
- Regelmatige (d.w.z. vaker per dag korte wandelingen) en rechtlijnige beweging voor het ontwikkelen van sterke spieren en ondersteunend weefsel rond het gewricht.
- Overbelasting vermijden, korte wandelingen, niet traplopen, niet springen.
- Vermijden dat de pup te snel groeit en te zwaar wordt. De juiste hoeveelheid geven van een goed compleet voer zonder extra toevoegingen.
- Operatieve behandeling behoort soms tot de mogelijkheden.
Als een volwassen hond klachten heeft die veroorzaakt worden door HD:
- Regelmatige beweging, meerdere keren per dag een korte wandeling met rechtlijnige beweging, zwemmen. - "Overbelasting vermijden."
- Zorgen dat de hond niet te zwaar is of wordt.
- Als een hond plotseling heftiger pijn heeft kan door een kuur met een pijnstiller het normale bewegingspatroon hersteld worden en blijven de klachten mogelijk gedurende langere tijd weg. Wordt de hond voortdurend door pijn gehinderd dan is er soms geen andere mogelijkheid dan ook voortdurend pijnstillende medicijnen te blijven geven.
Voorkómen van heupdysplasie
De beschreven voeding en bewegingsmaatregelen maken de kans dat een pup met aanleg voor HD ook werkelijk HD krijgt zo klein mogelijk.
Maar vooral het fokken met uitsluitend HD-vrije ouderdieren is belangrijk.
In een goed fokbeleid past dan ook de controle van toekomstige ouderdieren op heupdysplasie.
Deze controle houdt in dat röntgenfoto's van de heupen door een speciaal daarvoor aangestelde commissie worden beoordeeld.
Voor het maken van de officiële HD foto's moet de hond minimaal 1 of 1,5 jaar oud zijn, afhankelijk van het ras. De foto's moeten op een voorgeschreven manier worden gemaakt en de dierenarts moet een overeenkomst hebben met de beoordelingsinstantie om foto's te mogen inzenden.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Kniekreupelheid


Gescheurde kruisbanden
Voorkomen en oorzaak
Kreupelheid als gevolg van gescheurde kruisbanden kan op iedere leeftijd voorkomen.
De oorzaak is meestal een verkeerde beweging of te wilde stoeipartij en de kreupelheid begint plotseling.
Boxers en Rottweilers zijn er wat gevoeliger voor dan het gemiddelde ras.
Vooral bij Boxers kunnen knieklachten overigens ook het gevolg zijn van artrose zonder aanwijsbare oorzaak.
In het kniegewricht zitten kruislings twee banden tussen scheenbeen en dijbeen.
De kans dat die banden scheuren is vooral groot bij bewegingen waarbij de knie tegelijk gestrekt en gedraaid wordt.
Als een kruisband gescheurd is (meestal de voorste), is de knie niet meer stabiel. Dijbeen en scheenbeen schuiven over elkaar, waardoor de meniscus, die tussen deze botten ligt, ook kan scheuren.
Symptomen en diagnose
De hond is na spelen plotseling ernstig kreupel aan een achterpoot en kan de poot meestal maar nauwelijks belasten.
Het kniegewricht is pijnlijk bij buigen en strekken en kan overvuld zijn.
Bij een beschadigde meniscus wordt soms een knakkend geluid gehoord bij bewegen.
Als de kruisband gescheurd is kunnen dijbeen en scheenbeen ten opzichte van elkaar verschoven worden en dit is meestal bij het onderzoek waar te nemen.
Röntgenfoto's kunnen de diagnose bevestigen en geven informatie over mogelijke andere veranderingen in het gewricht.
Behandeling
Een knie met een kapotte kruisband is ernstig beschadigd. Ondanks de beste behandeling zal er maar zelden volledige genezing optreden.
Als de band geheel doormidden is, is een operatie noodzakelijk.
Hierbij worden de restanten band verwijderd en de knie nagekeken op verdere beschadigingen.
Vervolgens moet de knie weer gestabiliseerd worden. Hiervoor bestaan meerdere technieken en de keuze is o.a. afhankelijk van de grootte van de hond.
Bij grote honden wordt een kunstmatige nieuwe kruisband door het gewricht heen aangebracht. Bij kleine honden is stabilisatie buiten het gewricht om vaak mogelijk.
De herstel periode is lang. De eerste 6 weken krijgt de hond beperkt beweging (aan de lijn, niet spelen etc. ), daarna mag het dier langzaam weer meer gaan doen; de totale revalidatie vraagt ongeveer drie maanden.
In de meeste gevallen is een goed functieherstel mogelijk.
Patella luxatie
Voorkomen en oorzaak
Midden voor het kniegewricht langs loopt de kniepees naar het scheenbeen.
In de kniepees ligt de patella of knieschijf in een sleuf van het dijbeen.
Als de sleuf ondiep is of de aanhechting van de pees te ver naar binnen zit blijft de knieschijf niet op de plek midden voor het kniegewricht liggen: een patellaluxatie.
In de meeste gevallen verschuift de knieschijf naar de binnenkant van het kniegewricht.
Deze aandoening wordt vooral gezien bij kleine rassen en is erfelijk.
Bij uitzondering wordt een patellaluxatie naar de buitenkant van de knie gezien.
Symptomen en diagnose
Als de knieschijf er alleen zo nu en dan afschiet loopt de hond af en toe een paar passen met een pootje opgetrokken. Na een paar stappen schiet de knieschijf weer terug en de hond loopt weer normaal verder.
Als de knieschijf voortdurend een van zijn plaats ligt, wordt de achterpoot niet normaal belast.
De hond wordt daar meer of minder door gehinderd, afhankelijk van de mate van de luxatie.
Naarmate de knieschijf meer aan de binnenkant van het gewricht ligt wordt het moeilijker de poot te gebruiken.
Hoewel de afwijking van buitenaf heel goed te constateren is, wordt zeker vóór operatieve behandeling wel een röntgenfoto gemaakt
om een beeld te krijgen van mogelijk aanwezige andere afwijkingen in knie- of heupgewricht.
Behandeling
Dieren waarbij de knieschijf maar af en toe luxeert hebben daar meestal weinig last van en hoeven niet te worden behandeld.
Bij te veel overlast of bij een voortdurende luxatie is behandeling noodzakelijk en operatie is dan de enige mogelijkheid.
Door aan de buitenkant van het gewricht het kapsel strakker te maken en aan de binnenkant ruimer wordt de patella al beter op z'n plek gehouden.
Als de sleuf in het dijbeen te ondiep is dan moet deze dieper gemaakt worden.
Als de aanhechting van de kniepees onjuist is, dan wordt de pees met een botstukje losgemaakt en daarna op de juiste plek op het scheenbeen weer vastgezet.
De behandeling verschilt dus van geval tot geval en is afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


DNA testen


DNA testen geven de gelegenheid om honden te testen op een aantal ziekten,
voordat eventuele symptomen zichtbaar worden. Voor niet alle ziekten
is een DNA test beschikbaar, slechts voor een aantal ziekten kunnen, afhankelijk van het ras,
DNA testen worden uitgevoerd.

De uitslag van een DNA test zal gebruikelijk "vrij", "drager" of "lijder" zijn.

Een dier is vrij en heeft twee gezonde allelen.
Dit dier zal bij gebruik in de fokkerij geen afwijkingen krijgen en kan de afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.

Een dier is drager en heeft een gezond allel en een defect allel.
Het dier zal het mutante (defecte) allel aan de helft van zijn nakomelingen doorgeven. Dragers kunnen in een aantal gevallen zelf ook last hebben van het defecte allel, maar zullen in de regel geen symptomen hebben.

Een dier is lijder en heeft dus twee defecte allelen. Lijders geven het afwijkende allel door aan al hun nakomelingen in de volgende generatie en krijgen zelf symptomen die horen bij de ziekte.

In onderstaande tabel is aangegeven wat voor invloed dit zal hebben op nakomelingen.

Ouderdier 1
Genotype

Ouderdier 2 - Genotype

Normal/vrij

Carrier/drager

Affected/geïnfecteerd

Normal/vrij

All = Normal

1/2 = Normal
1/2 = Carriers

All = Carriers

Carrier/ drager

1/2 = Normal
1/2 = Carriers

1/4 = Normal
1/2 = Carriers
1/4 = Affected

1/2 = Carriers
1/2 = Affected

Affected/
geïnfecteerd

All = Carriers

1/2 = Carriers
1/2 = Affected

All = Affected


Uit bovenstaande blijkt ook dat indien een van beide ouders "vrij" is, de nakomelingen nooit "lijder' zullen zijn.

Voor Border Collies zijn de volgende DNA testen momenteel beschikbaar:
-
CL (Neuronal Ceroid Lipofuscinosis)
- CEA_CH (Collie Eye Anomaly Choroidal Hypoplasia)
- PRA (Progressieve Retinale Atrofie)
- MDR1 (Multidrug Resistance gen 1)
- TNS (Trapped Neutrophil Syndrome )

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


De Belangrijkste Erfelijke Oogziekten


Door de oogarts worden onderzoeken op zogenaamde erfelijke oogaandoeningen uitgevoerd.
Dit zijn preventieve oogonderzoeken, waarbij wordt bekeken of er, vaak ongemerkt,
oogafwijkingen aanwezig zijn.
De belangrijkste oogziekten zijn:
- entropion/ectropion (afwijkingen aan de stand van het ooglid)
- distichiasis/ectopische ciliën (afwijkende haargroei op het ooglid)
- aangeboren fouten door het na de geboorte blijven bestaan van kleine embryonale bloedvaatjes,
zoals membrana pupillaris persistens (MPP) en persisteren hyperplastisch primair vitreum (PHPV),
ook wel PHTVL/PHPV genoemd
- troebeling van de lens (staar of cataract)
- loslating van de lens (lensluxatie)
- aangeboren aandoeningen in het achterste deel van het oog
(retinadysplasie, opticushypoplasie,
collie eye anomaly (CEA))
- erfelijke netvliesdegeneraties met de verzamelnaam "progressieve retina atrofie" (PRA)
Voor een aantal van deze ziekten zijn DNA testen ontwikkeld, zodat reeds voor de geboorte,
al bepaalt kan worden of een pup aan deze ziekte zal lijden.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


CL (Neuronal Ceroid Lipofuscinosis)

(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)


De ziekte wordt veroorzaakt door een onjuiste opslag van energie in onderdelen van cellen (lysosomen).
Doordat de verkeerde opslag plaats vindt in de hersenen, ontstaat een beeld dat hoort bij functieverlies van de hersenen.
Symptomen bestaan uit ongecontroleerde bewegingen, verlies van bewustzijn en afwijkend gedrag.
Deze afwijking leidt tot verlies van hersenfuncties.
Dit kenmerk vererft op een recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


CEA_CH (Collie Eye Anomaly Choroidal Hypoplasia)

(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)


Deze ziekte komt, anders dan de naam aangeeft, ook bij andere rassen dan collies voor.
De technische naam van CEA is CH (Choroidale Hypoplasie).
Als gevolg van deze erfelijke afwijking worden dieren blind doordat een laag cellen in het oog zijn functie verliest.
Omdat de cellaag direct vanaf het begin achterblijft in ontwikkeling, is de afwijking reeds jong vast te stellen.
Deze ziekte heeft tot gevolg dat een dier beschikt over verminderd zicht (tunnelvision), of in uitzonderlijke gevallen blind wordt.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.
De symptomen en ernst van de afwijken kunnen sterk verschillen tussen dieren van een ras, tussen verwanten en zelfs binnen een nest.
Dit veroorzaakt een lastige situatie voor fokkers.
Dit kenmerk vererft op een recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


PRA (Progressieve Retinale Atrofie)

(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)


Progressieve Retinale Atrofie (PRA) is een veel voorkomende erfelijke afwijking die leidt to blindheid.
De blindheid ontwikkelt zich sneller of langzamer afhankelijk van de mutatie.
Een groot aantal verschillende vormen van PRA zijn inmiddels bekend.
Inmiddels zijn 7 verschillende erfelijke vormen beschreven in enkele tientallen rassen.
Afhankelijk van het ras geven de DNA-testen in alle gevallen een uitslag.
Onderzoek wordt continu ingezet om nieuwe testen te ontwikkelen (b.v. voor Border collies) en te zorgen dat in alle gevallen een uitslag mogelijk is.
Als voorbeeld van de complexiteit rondom PRA, is het prcd gen in poedels bijna altijd de veroorzaker van PRA.
Waarschijnlijk zijn tenminste twee verschillende typen PRA in poedels aanwezig, hoewel de klinische verschijnselen identiek zijn.
Deze ziekte heeft tot gevolg dat een dier beschikt over verminderd zicht, of blind wordt.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.
Dit kenmerk vererft op een dominante, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn , lijder of drager.
Dragers en lijders zullen beiden de symptomen van de mutatie hebben.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


MDR1 (Multidrug Resistance gen 1)

(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)


Het Multidrug Resistance gen 1 (het MDR1 gen) heeft een belangrijke functie in de barriere tussen de bloedvaten en het hersenweefsel.
Honden die aan overgevoeligheid voor Ivermectine lijden, blijken overgevoelig te zijn voor een reeks van geneesmiddelen.
Deze afwijking leidt tot verlies van hersenfuncties.
Dit kenmerk vererft op een recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
Deze ziekte is behandelbaar.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


TNS (Trapped Neutrophil Syndrome)

(Bron: Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.)


Trapped Neutrophil Syndrome (TNS) is een dodelijke erfelijke afwijking.
Neutrofielen zijn voorlopers van de witte bloedcellen, die in het beenmerg geproduceerd worden.
In gezonde dieren worden de neutrofielen in het bloed teruggevonden.
In dieren met TNS, komen de neutrofielen niet in het bloed maar blijven in het beenmerg.
De symptomen kunnen sterk verschillen, afhankelijk van de ziekt die een dier krijgt.
Tot de ontwikkeling van de DNA-test was een biopt van het beenmerg de enige methode om de afwijking te detecteren.
Deze ziekte leidt tot een verminderde weerstand.
In een aantal gevallen zal het afweersysteem zelfs compleet afwezig zijn.
Het immuun systeem van puppies die hieraan lijden werkt niet naar behoren.
Uiteindelijk sterven zij aan besmettingen die niet kunnen bestrijden.
Dit kenmerk vererft op een autosomale, recessieve, manier. Dit betekent, dat een dier vrij kan zijn, lijder of drager.
Pups waarvan minimaal een van de ouders vrij is, zullen nooit lijder zijn.
Voor zover bekend bestaat voor deze ziekte geen behandeling.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Parasieten


Honden kunnen last hebben van inwendige en uitwendige parasieten.
Inwendige parasieten houden zich op binnen de inwendige organen van de hond, zoals maagdarm kanaal, lever, longen en spieren.
Er moet eerst door de dierenarts een diagnose gesteld worden bij de inwendige parasieten voordat een middel gegeven kan worden om de hond er weer vanaf te helpen.
Iedere parasiet heeft namelijk zijn eigen middel nodig.
Sommige parasieten komen vooral in het buitenland voor, waar het warmer is en waar de parasieten beter gedijen dan in het koude Nederland.
Naast de inwendige en uitwendige parasieten zal ook aandacht worden geschonken aan schimmels.
Inwendige parasieten
Als we over wormen spreken dan maken we een onderscheid tussen de zgn. ronde en de platte wormen.
De platte wormen kunnen nog verder onderverdeeld worden naar lintwormen en zuigwormen.
Tot de ronde wormen behoren de spoelwormen die zeer bekend zijn en vaak voorkomen. Naast de spoelworm horen de mijn- of haakwormen en de hartworm tot de ronde wormen.
Tot de lintwormen orde behoren onder meer de Dipylidium caninum en de Ecchinococcus.
Tot slot behoren onder meer de leverbot tot de zuigwormen. De meeste wormen kunnen gemakkelijk via een onderzoek van de ontlasting worden aangetoond.
Babesiosis
Deze ziekte lijkt hier niet op zijn plaats, omdat de ziekte wordt overgedragen door
de teek, die valt onder de uitwendige parasieten.
Echter: de teek brengt een kleine parasiet over die onder de inwendige parasieten valt. Deze inwendige parasiet veroorzaakt babesiosis, die gepaard gaat met koorts, bloedarmoede, verkleurde urine en geelzucht. Vooral in Middellandse Zeegebieden komt deze ziekte voor. Hoewel de ziekte in Nederland niet vaak voorkomt dient u de hond goed te controleren op teken. Behandeling is mogelijk in een beginstadium. Gaat u op reis, zorg dan voor vaccinatie (zie ook reizen).

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Wormen


Van de verschillende soorten wormen die bij de hond voorkomen worden onderstaand enkele behandeld.
Spoelwormen
De spoelworm (ascaridia) komt veelvuldig voor bij de hond. Bijna iedere pup komt ter wereld met
deze besmetting. Deze wormen hebben een directe levenscyclus, hetgeen wil zeggen
dat de besmetting van hond op hond plaats kan vinden.
De spoelworm is eenvoudig gebouwd en een vrouwtje van de spoelworm kan per dag
honderdduizenden eieren (totaal ruim 80 miljoen) produceren.
De spoelworm kan maximaal 10 cm lang worden.
Deze worm leeft in de tweede helft van de dunne darm.
Soms komen de wormen met de ontlasting en met braaksel naar buiten. Op deze manier worden
ook dikwijls mensen besmet!
De eitjes van de spoelworm komen ook met ontlasting naar buiten.
Overigens bestaan twee soorten spoelwormen die op verschillende manier een cyclus doorlopen.
Het voert echter te ver om hier dieper op in te gaan. Belangrijk is dat men pups bekijkt op
het bestaan van spoelwormen. Is een pup ernstig besmet, bijvoorbeeld als een fokker de pups
niet tweemaal ontwormd heeft, dan zal de buik erg opgezet zijn, terwijl de hond mager wordt en
een zieke indruk maakt.
Pups moeten enkele malen ontwormd worden met een middel van de dierenarts. Deze kuur moet
minimaal eenmaal per jaar herhaald worden, maar een hond raakt nooit helemaal de spoelwormen kwijt.
Echter: een volwassen hond heeft een afweer tegen de spoelworm waardoor een volwassen spoelworm niet vaak voorkomt binnen het organisme.
Mijn- of haakwormen
De haakworm wordt ook van hond tot hond overgebracht en geeft in de meeste gevallen geen duidelijke verschijnselen. In ernstige gevallen treedt bloedarmoede op. Vooral in Zuid Europese landen komen deze wormen voor. De larven van deze wormen worden soms via drinkwater opgenomen, of dringen actief door de huid heen. De worm - die in Nederland weinig voorkomt - is gemakkelijk te bestrijden waarbij ook de omgeving goed moet worden aangepakt. Raadpleeg uw dierenarts.
Zweepwormen
De zweepworm wordt ook van hond op hond overgebracht, waarbij moet worden opgemerkt dat eitjes vaak langdurig (jarenlang!) in de grond aanwezig kunnen blijven met alle gevaren van dien.
De worm bevindt zich in het achterste gedeelte van het maagdarm kanaal. Is de hond besmet, dan zal de hond lusteloos zijn, diarree hebben, bloedarmoede hebben en
wellicht vermageren.
Ook deze worm is na het stellen van de diagnose gemakkelijk te bestrijden waarbij zeker de omgeving niet vergeten mag worden.
Lintwormen
Lintwormen (Cestoda) wordt in tegenstelling tot de eerder beschreven wormen niet van hond op hond overgedragen.
De lintworm heeft namelijk een zgn. indirecte levenscyclus, hetgeen betekent dat deze parasiet
een "tussengastheer" nodig heeft, een geheel andere diersoort.
Besmetting vindt plaats wanneer de hond deze "tussengastheer" opeet. Voorbeelden voor besmetting zijn onder meer opeten van (besmette)
vlooien, knaagdiertjes, besmette vis en vlees. Vooral een goede vlooien bestrijding ligt op de weg van de hondenbezitter en zal dus een hoge prioriteit moeten hebben.
De lintworm zal zich in de hond vastboren in de darmwand, waarbij achter de kop steeds nieuwe leden ("stukje worm") zullen aangroeien. Meestal zijn er geen verschijnselen wanneer de hond besmet is. Eventueel treedt gewichtsverlies op en diarree. Wanneer de hond besmet is vindt u meestal segmenten (kleine delen) van de lintworm onder de staart of in de mand en in de ontlasting.
De hond heeft geen afweer tegen deze worm (zoals wel het geval is tegen de spoelworm) en men zal dus met medicamenten de worm moeten bestrijden.
Zuigwormen
Zuigwormen komen niet vaak voor en hebben zelfs twee tussengastheren nodig, nl. de slak en de vis.
Zuigwormen trekken door het leverweefsel van de hond en vernietigen alles wat er op hun weg komt.
De leverfunctie zal derhalve ernstig gestoord zijn wanneer de hond besmet raakt.
Hartwormen
De hartworm (Dirophilaria) houdt zich niet op in de darmen maar in de bloedvaten en bij voorkeur in de rechter hartkamer.
De parasiet kan dodelijk zijn als niet tijdig wordt ingegrepen. De parasiet beschadigt het hart, longen en de lever. Ook deze parasiet heeft een tussengastheer nodig voor besmetting, namelijk de muskiet (steekmug). De mug zuigt bloed bij een besmette hond en kan een andere hond twee weken later weer op zijn beurt besmetten door larven via de beet in de bloedbaan van de hond te brengen.
Een besmette hond zal een verminderd uithoudingsvermogen hebben, eventueel hoesten en in ernstige gevallen hartfalen vertonen.
Zorg ervoor dat de hond niet gestoken wordt!
Hartwormen zijn, de naam zegt het inderdaad al, wormen die zich in het hart kunnen bevinden bij hond- en katachtigen.
Om u maar meteen enigszins gerust te stellen: de infectie wordt in Nederland alleen gezien bij dieren die afkomstig zijn uit gebieden waar deze parasiet voorkomt. De infectie wordt namelijk overgebracht door bloedzuigende muskieten en daarom met name gevonden in de tropische en warme streken van de wereld. Het gebied waar de ziekte kan optreden breidt zich echter wel steeds verder uit. De hartworminfectie is inmiddels al waargenomen tot in Noord-Frankrijk. De streken waar de besmetting echt veel voorkomt zijn Amerika, Afrika, Azië, Australië en Zuid-Europa. De diersoorten waarbij de worm kan voorkomen zijn de hond, dingo (Australië), wolf, vos, fret, zeeleeuwen, tamme en wilde katten.

Levenscyclus van de hartworm.
Volwassen wormen bevinden zich in de slagaders van de longen en bij zware infecties ook in het hart zelf. Soms kunnen ze doordringen in de grote holle lichaamsader (vena cava).
De vrouwelijke exemplaren produceren larfjes die in het bloed gaan circuleren en kan daar wel twee en een half jaar in leven kunnen blijven. Wanneer een muskiet bloed zuigt kunnen de larfjes in dit insect terechtkomen en zich binnen twee tot drie weken ontwikkelen tot een larve waarmee weer een ander dier, dit wordt de gastheer genoemd, besmet kan worden via de steeksnuit tijdens een volgende bloedmaaltijd.

Symptomen.
Er treden klachten op doordat de wormen beschadigingen veroorzaken aan de wand van het hart en de grote longslagaders. Hierdoor kan er vocht ontstaan in de longen en vergroting van het hart met uiteindeliik tekortschieten van de hartfunctie. Vanzelfsprekend kan een dier aan dergeliike ernstige klachten overlijden. Meestal ziin er bij het optreden van klinische verschijnselen meer dan 50 wormen aanwezig. De ziekte begint sluimerend. Het uithoudingsvermogen vermindert en er wordt een keertje gehoest. Later treden er ernstiger klachten op, zoals gewichtsverlies, leververgroting, vocht in de buikholte en ademhalingsproblemen. Bloedarmoede kan het gevolg zijn van beschadiging van rode bloedcellen en nierbeschadiging.
In sommige gevallen kan het dier zonder voorafgaande verschijnselen in shock raken doordat wormen de vena cava bereiken en het hart plotseling tekort gaat schieten in de pompfunctie. In dat geval spreken we van een acuut ziektebeeld.

Diagnose.
De dierenarts denkt aan hartworminfectie wanneer uit de ziektegeschiedenis blijkt dat het dier afkomstig is uit een land waar de infectie bekend is. Ook dieren die op vakantie zijn geweest in zo'n land lopen een zeker risico. De ziektesymptomen wijzen op een hartaandoening en op een foto van de borstholte worden vaak de verwijde longslagaders al gezien samen met vocht in de longen en een vergroot hart. Daarnaast kan de diagnose nauwkeuriger worden gesteld met behulp van een echografie, het maken van een ECG (Electro Cardio Gram) en bloedonderzoek.
In bloeduitstrijkjes kunnen soms de kleine larfjes worden waargenomen en er bestaan sinds enkele jaren bloedtesten die de aanwezigheid van larfjes kunnen aantonen.

Behandeling.
De behandeling van een dier met een hartworminfectie brengt risico's met zich mee. Met behulp van injecties kunnen de volwassen parasieten in het hart en in de bloedbaan worden gedood. Wanneer deze massaal loslaten en worden meegevoerd met de bloedstroom kunnen problemen ontstaan doordat bloedvaten worden afgesloten (trombose). In ernstige gevallen kunnen de wormen ook operatief worden verwijderd. Zes weken later wordt de behandeling herhaald, maar dan met een ander middel gericht op het onschadelijk maken van de larfjes in het bloed. Wanneer het dier op deze wijze is behandeld en de parasieten zijn verdwenen, dan zijn de vooruitzichten goed.

Preventie.
De eenvoudigste maatregel om de ziekte te voorkomen bestaat natuurlijk uit het niet meenemen van huisdieren naar gebieden waar de ziekte voorkomt. Wanneer dit toch wordt gedaan, dient er iedere maand behandeld te worden met speciaal hiervoor ontwikkelde medicijnen, zoals Stronghold.
Met de behandeling wordt dan begonnen vlak voor vertrek en doorgegaan tot één maand na thuiskomst.

Tips.
Uit bovenstaand overzicht mag blijken dat een goede hygiëne belangrijk is.
Controleer wanneer u een pup aanschaft of het pupje tweemaal ontwormd werd. Is dit niet gebeurd, geef dan alsnog de kuur die u bij de dierenarts kunt halen. Herhaal de kuur tegen spoelwormen jaarlijks en controleer de ontlasting op andere wormen. Tegenwoordig bestaat de kuur een enkele pil die de wormen zal uitdrijven.
Let op vlooien en teken bij de hond. U weet nu dat dit niet alleen uitwendig voor problemen zorgt!

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Uitwendige parasieten


Tot de uitwendige parasieten behoren ondermeer de vlooien, luizen, teken en schurftmijt.
De uitwendige parasieten kunnen onderverdeeld worden in insecten en spinachtigen.
Vlooien en luizen behoren tot de insecten, want zij hebben 6 poten, terwijl de mijten en teken tot de spinachtigen behoren, beiden met 8 poten. Alle genoemde parasieten bevinden zich op, of vlak onder de huid van de hond. Niet alleen huidaandoeningen worden veroorzaakt door deze parasieten, ook allerlei inwendige problemen kunnen door uitwendige parasieten worden veroorzaakt (zie inwendige parasieten). Er zijn diverse bestrijdingsmiddelen beschikbaar, die ieder op een andere fase in de levenscyclus van de parasiet kunnen ingrijpen. Bovendien zijn de ontwikkelingen snel, zodat steeds nieuwere en betere middelen worden ontwikkeld, die minder schadelijk zijn voor de hond.
Vlooien

Een vlo is een klein, bruin insect zonder vleugels. Het lichaam is zijdelings afgeplat.
De vlo kan enorm ver springen. De hond is voor de vlo gastheer en zal slechts gedurende korte tijd voor "huisvesting" zorg dragen. De volwassen vlo zuigt bloed en legt eitjes op allerlei plekken in huis, zoals kiertjes, in de hondenmand en dergelijke. Uit de eitjes komen witte larfjes die zich voeden met dierlijk afval.
De levenscyclus varieert naar gelang de omgeving's omstandigheden van 3 weken tot wel 2 jaar. Dit is afhankelijk van vochtigheidsgraad en temperatuur van de omgeving.
Wanneer het vochtig en warm is gedijt de vlo het beste. Vlooien kunnen niet goed tegen koude, maar de eitjes en larven blijven in leven en wachten totdat het warmer wordt en groeien dan uit tot volwassen vlooien. Zo kan het gebeuren dat u terug komt van vakantie en u besprongen wordt door een horde vlooien!
De beet van een vlo is slechts klein, maar kan een hevige reactie oproepen bij de hond. Ze gaan erg krabben en zichzelf bijten en veroorzaken zo weer andere huidproblemen. Er kan eczeem ontstaan, en haren kunnen uitvallen. Bovendien kan de hond
lintwormen krijgen door het opeten van een besmette vlo.
U kunt gemakkelijk herkennen of de hond vlooien heeft doordat de hond zich vaak krabt. Wrijf tegen de haren in en kijk op de blote huid of u zwarte stipjes ziet. Dit is vlooienontlasting en zeer herkenbaar. Soms ziet u zelfs de vlooien lopen in de vacht. Heeft de hond vlooien, pak dan niet alleen de hond aan met een goed bestrijdingsmiddel, maar ook de omgeving.
Immers: de eitjes en larven leven niet op de hond zelf, maar in de omgeving. Die moeten dus ook worden uitgeroeid!
Luizen

Luizen zijn ook insecten zonder vleugels en met plat lichaam.
Er bestaan twee soorten luis, de haarluis en de bloedluis.
De haarluis is 2 mm groot, heeft een brede kop en voedt zich met huidschilfers en bloed.
De bloedluis is langer en leeft alleen van bloed.
Luizen worden overgedragen door direct contact van het ene dier met het andere. Ook overdragen via een kam of borstel is goed mogelijk! De luizen geven een enorme jeuk, waardoor de hond zich zal gaan krabben en onrustig wordt.
U herkent luizen aan witte korreltjes - de eitjes - die aan de haren vast zitten. Ook via een luizenkam - een heel fijne kam - kunt u controleren of de hond luizen heeft.
Behandeling is eenvoudig, maar zorg wel dat alle honden in huis worden behandeld.

Teken


De teek is 2 mm groot, maar kan, wanneer hij zich heeft volgezogen met bloed van de hond wel zo groot zijn als een koffieboon. Als de teek zich vastgrijpt in de hond, zal hij zich met zijn kop ingraven in de huid. Wat u dan ziet, is een grijs bolletje. U kunt ze echter ook op de vacht zien lopen, voordat ze zich hebben ingegraven. De teek ziet er dan uit als een spinnetje. Het is dan zaak om de teek direct van de hond af te halen voordat ze zich vastgraven. Er zijn overigens 850 soorten teken, die verschillende ziekten kunnen veroorzaken. De bekendste ziekte is
Babesiosis, maar zeker zo belangrijk tegenwoordig is Lyme (voor mensen) en Ehrlichia canis.
Teken voeden zich gedurende de levenscyclus ook op knaagdieren en andere dieren.
Op zich is een tekenbeet geen probleem, maar doordat veel teken zijn besmet, kunnen zij ernstige ziekten overbrengen.
Zeker in Middellandse Zee Gebieden is de teek vaak besmet. Doe een hond derhalve altijd een tekenband om in deze gebieden. Zeker als de hond door struikgewassen rent is de kans groot dat een teek op de hond valt.
Controleer de hond derhalve altijd op teken!

Heeft de teek zich volgezogen met bloed dan laat de teek zich weer vallen. Op deze manier kan een teek dus in huis terecht komen en eventueel ook op u terecht komen. Een volgezogen teek die van de hond op de grond valt ziet er uit als een soort "grijze erwt".
Vernietig deze dus direct wanneer u deze op de grond tegenkomt!
Een teek verwijdert u het beste met een tekentang, een grijpertje die gemakkelijk de teek verwijderd uit de huid. Er zijn diverse tangen verkrijgbaar bij dierenarts, dierenwinkel of drogist.
Let op dat u ook de kop verwijdert, omdat er anders een ontsteking kan ontstaan.
Een beetje jodium na verwijderen is prima, gebruik echter voordat de teek verwijdert is geen jodium of alcohol om de teek te verdoven.

Mijten

Er zijn verschillende soorten mijten. De meest voorkomende zijn de sarcoptes die schurft veroorzaken, de demodex, ook bekend als jeugdschurft veroorzaker, octodectus of oorschurftmijt en cheyletiella parasitovorax.
De diagnose en behandeling gebeurt altijd via de dierenarts.
Schurftmijt (Sarcoptes)
Deze diertjes zijn nauwelijks waarneembaar met de microscoop. De mijten boren hele fijne gangetjes in de opperhuid van de hond. Daar leggen vrouwtjes hun eitjes. Er zullen korstjes ontstaan op de huid, omdat de huid iets omhoog wordt geduwd door het graven. De hond zal vaak kale plekken hebben aan oren, snuit, ellebogen en poten.
Behandeling is moeilijk en langdurig. Bovendien kunnen mensen ook besmet raken,
hoewel de mijt slechts enkele dagen in leven blijft op de mens.
Jeugdschurftmijt (demodex)
Sommige lijnen en rassen zijn extra gevoelig voor demodex. De demodex mijt leeft in de talgkliertjes en in de haarzakjes. Besmetting vindt plaats van moeder op pups.
Er bestaan eigenlijk twee vormen, namelijk een "droge" en "natte" vorm. Bij een droge vorm is alleen de mijt betrokken, bij de natte zijn er ook bacteriën aanwezig die dikwijls pusachtige ontstekingen veroorzaken van de huid.
Pups die aangetast zijn hebben vaak verdikkingen - dikwijls grijsachtig - op de snuit, de poten en rond de ogen. Als de hond niet teveel jeuk heeft is het dikwijls goed te behandelen. Is het ernstiger dan is behandeling moeilijker en vaak erg duur. Behandeling is vaak zeer langdurig.
Oorschurft (octodectus)
Deze mijten leven in de gehoorgang van de hond. Deze mijt is erg besmettelijk. Heeft u meerdere honden dan zult u ontdekken dat vaak alle honden besmet zijn. De hond zal met zijn kop schudden, met zijn kop over de grond schuren, zijn hoofd scheef houden of het oor vreemd laten hangen.
Als de mijt niet behandeld wordt ontstaat dikwijls een chronische aandoening te samen met een ontsteking. Het is erg pijnlijk voor de hond, dus let op de tekenen van oormijt. U ziet dikwijls een vieze bruine oorsmeer in de gehoorgang en het oor (en soms zelfs de hele hond) ruikt erg (scherp) onaangenaam. Geregeld de oren schoonmaken helpt oormijt voorkomen.
Hou er rekening mee dat deze aandoening vaker voorkomt bij honden met lange hangende oren.
Knip geregeld de haren uit de oren om de gehoorgang schoon te houden.
Cheyletiella
Deze mijt komt vooral voor bij cavia's en konijnen, maar soms ook bij de hond. De mijten lijken op huidschilfers en veroorzaken jeuk, haaruitval en schilfering. Kijkt u met een loep dan zult u de "schilfers" zien bewegen. Denkt u dat uw hond roos heeft en krabt de hond zich veelvuldig, laat dan de dierenarts controleren op mijten.
De mijten kunnen overgaan op de mens. Behandeling is gemakkelijk.

Schimmels
Er zijn verschillende soorten schimmels die vaak voorkomen bij de hond. Overigens kunnen deze zich ook op de mens handhaven. Als de hond kale plekjes heeft dient u bedacht te zijn op schimmels. Meestal worden de plekjes steeds ronder, waarbij in het centrum "herstel" optreedt, zodat er een soort ring ontstaat. Er wordt derhalve ook wel gesproken van ringworm, hoewel het helemaal niets te maken heeft met wormen. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.
Tips Controleer uw hond regelmatig op vlooien, teken en luizen. Het is aan de eigenaar om de hond regelmatig te kammen en te borstelen en tegelijkertijd de oren te inspecteren en een parasieten controle te doen. Strijk op verschillende plekken op de hond tegen de haargroei in en let op witte korreltjes (luizen), vlooienpoepjes of teken. Favoriete plekken zijn de hals en boven de staart.
Heeft de hond huidproblemen en moet u naar de dierenarts, let er dan op dat de dierenarts eventueel een afkrabsel maakt van de huid, en onder de microscoop bekijkt. Ook een kweekje kan uitkomst bieden wanneer het gaat om een schimmel of bacterie.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Suikerziekte


Voor veel mensen is suikerziekte een niet onbekende term. Suikerziekte komt ook bij mensen nogal eens voor. Er zijn veel overeenkomsten tussen de suikerziekte bij mens en dier.
Het lichaam kan glucose (suiker) niet voldoende gebruiken doordat er onvoldoende van het hormoon insuline beschikbaar is. Glucose is een brandstof voor het lichaam.
Onvoldoende brandstof betekent zwakte, weinig energie en vermagering. Het verloren gaan van de niet gebruikte suikers via de urine draagt bij aan de vermagering en leidt tevens tot een grote urine productie en als gevolg daarvan tot veel drinken.

Suikerziekte kan verschillende oorzaken hebben en daarin zijn enkele verschillen tussen mens en dier aan te geven.
Bij alle diersoorten komt soms aangeboren suikerziekte voor, die zich dan ook al op jonge leeftijd laat zien. Zowel bij mensen als bij dieren is deze vorm alleen te behandelen met insuline injecties.
Bij de mens wordt op latere leeftijd nogal eens een type suikerziekte gezien dat sterk beïnvloed wordt door leef- en voedinggewoonten en meestal goed behandelbaar is met dieetmaatregelen en tabletten. Bij honden en katten wordt deze vorm van suikerziekte niet gezien. Ook bij oudere dieren is over het algemeen alleen een behandeling mogelijk met insuline injecties.
Bij katten (en soms bij honden, vooral bij de reu) is er meestal geen oorzaak of aanleiding aan te geven voor het ontstaan van suikerziekte. Een enkele keer is suikerziekte een complicatie van een ander ziekte beeld, onder andere bij een overmaat aan bijnierschorshormoon.
Naast de behandeling met insuline is dan behandeling van de primaire ziekte nodig.

Bij oudere teven in de periode na de loopsheid of na een anti-loopsheid injectie ontstaat de suikerziekte onder hormonale invloed. Ook hier zal de suikerziekte met insuline moeten worden behandeld, maar daarnaast is het nodig elke hormoon invloed weg te nemen door de teef te
"steriliseren", dwz. de eierstokken te verwijderen. Een enkele keer verdwijnt de suikerziekte weer na deze ingreep.
Als uw hond of kat dus overmatig veel gaat drinken is in de eerste plaats controle van een plasje nodig. In geval van suikerziekte zal er dan glucose in de urine worden aangetroffen. Het daarop volgende bloedonderzoek zal uitwijzen of er inderdaad sprake is van suikerziekte.
De behandeling met insuline zal dan uitgebreid met u besproken worden. In het algemeen is het zelf thuis inspuiten van hond of kat geen probleem; iedereen kan het en de dieren laten het bijna altijd zonder protest toe en wennen snel aan die nieuwe dagelijkse routine.
Het is wel nodig met de suikerpatiënt een redelijk regelmatig leven te lijden. Tijdstippen voor de injectie en het eten moeten dagelijks ongeveer dezelfde zijn en de hoeveelheid beweging per dag moet ook niet al te veel variëren.
Aangezien de hoeveelheid insuline die nodig is vooral wordt bepaald door het lichaamsgewicht kunnen de kosten voor een grote hond wel hoog oplopen.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Diarree


Oorzaken
Het opeten van iets, wat niet goed verdragen wordt, is vaak de oorzaak van diarree bij honden. Het kan ook een gevolg zijn van een infectie, opgedaan door het snuffelen aan ontlasting van andere honden. En ook worminfecties, voerveranderingen en zelfs nervositeit kunnen diarree veroorzaken. Een darminfectie kan heel mild verlopen (met alleen diarree, zonder verdere ziekteverschijnselen) of heel ernstig zoals bijvoorbeeld de infectie met het parvovirus. Bij deze laatste infectie is er naast bloeddiarree ook sprake van ernstig ziek zijn en braken. Hardnekkige diarree wil nogal eens een verteringsstoornis als oorzaak hebben als een component (van overigens goed voedsel) door een bepaalde hond minder goed verdragen wordt. Diarree, acuut of langdurig kan ook gezien worden bij een aantal algemene ziekten, zoals bijvoorbeeld bij leveraandoeningen.
Behandeling
Afhankelijk van het ziektebeeld is het bij diarree wel of niet nodig met de hond naar de dierenarts te gaan. De ernst van het ziekte beeld wisselt met de oorzaak en vooral met het risico op uitdroging. Bij jongere dieren en als de diarree samen gaat met braken is de kans op uitdroging groter. Als de hond wel levendig blijft en niet braakt, is het verantwoord om het enkele dagen aan te zien. Een licht verteerbaar dieet zal dan voldoende kunnen zijn om te verbeteren.
Kleine hoeveelheden voedsel geven; beschuit, oud witbrood, brinta aangemaakt met water (niet met melk) of wat gekookte kip. Volledig gekookte rijst kan een vorm van (gisting-) diarree onderhouden en is daarom minder geschikt. Een dag vasten mag, maar hoeft niet. Slaat de hond zelf een dag het eten over dan is dat niet erg, al mag het niet-eten bij pups niet te lang duren.
Goed resultaat wordt ook vaak gehaald met het geven van "Yakult" die de darmflora weer snel op gang brengt.
Als de diarree langer dan drie dagen aanhoudt is het beter even met de hond naar de dierenarts te gaan. Als er naar het oordeel van de dierenarts geen sprake is van een ernstiger oorzaak, is een eenvoudig stopmiddel gecombineerd met het dieet en zo nodig een wormkuur meestal voldoende om de hond te helpen.


Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Braken


Anders wordt het als diarree samen gaat met braken.
Door teveel braken en vooral als ook vocht wordt uitgebraakt kan
uitdroging ontstaan. Zeker als een hond zich ook ziek gedraagt, niet wil eten en drinken, mogelijk koorts heeft of als er bloed bij de ontlasting wordt gezien is behandeling door de dierenarts nodig.
Medicijnen tegen het braken kunnen dan het beste ingespoten worden, want een brakende hond zal moeilijk ingegeven tabletjes binnen kunnen houden. Om de hoeveelheid vocht op peil te houden hebben we een speciaal elektrolytenpoeder dat in het drinkwater wordt opgelost. Dit vult de teveel verloren stoffen aan en wordt meestal zo snel opgenomen dat het niet weer wordt uitgebraakt.
Drinkwater moet in kleine hoeveelheden gegeven worden omdat de kans op uitbraken van het water groter is als er in een keer teveel gedronken wordt. Als er al sprake is van uitdroging is het een enkele keer nodig de hond extra vocht in de vorm van een infuus te geven.
Bij braken en diarree wordt slechts bij uitzondering antibiotica gegeven. In de darm hoort een flink aantal bacteriën van nature thuis en die kunnen door een antibioticum nadelig beïnvloed worden.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Epilepsie


Verschijnselen
De meest voorkomende verschijningsvorm is de toeval, gekenmerkt door bewustzijnsverlies, omvallen, heftige spierkrampen, schuimbekken en mogelijk urineverlies. Tijdens de aanval is het dier niet aanspreekbaar. Een toeval duurt meestal enkele minuten. Na de aanval kan het dier een periode van enkele minuten tot een aantal uren een afwijkend, vaak onzeker en angstig gedrag vertonen. Toevallen kunnen ook in een mildere vorm voorkomen.
Epilepsie komt bij allerlei diersoorten voor, maar wordt vooral bij honden gezien.
Oorzaak
Een toeval is het gevolg van een plotselinge ontregeling van de hersenfunctie.
Bij primaire epilepsie (= zonder aanwijsbare oorzaak) doet de eerste aanval zich meestal al voor het derde levensjaar voor en herhalen de toevallen zich meestal met tussentijden van enkele weken tot enkele maanden.
Bij secundaire epilepsie zijn de verschijnselen min of meer hetzelfde, maar is er een hersenverandering (bv. littekenweefsel, een bloedingen of een gezwel) als oorzaak aanwezig. Aan deze vorm moet vooral gedacht worden als de eerste toeval zich op hogere leeftijd voordoet.
Bij primaire epilepsie zijn er, behalve de toevallen, geen andere klachten over het dier; bij secundaire epilepsie kan dat wel het geval zijn, afhankelijk van de oorzaak.
Bij bepaalde ziekten kunnen aanvallen voorkomen die lijken op een epileptische aanval (o.a. bij nier- of leveraandoeningen). Andere verschijnselen van de achterliggende ziekte worden dan meestal al eerder opgemerkt.
Diagnose
Bij jongere dieren kan het beeld zo duidelijk zijn, dat een uitgebreider onderzoek niet nodig is.
Vooral bij oudere dieren wordt meestal een bloedonderzoek uitgevoerd en als daar een aanleiding voor is ook ander nader onderzoek.
Als door uitsluiting van andere oorzaken is vastgesteld dat het om echte epilepsie gaat, heeft een nauwkeuriger diagnose geen invloed meer op de behandelingsmogelijkheden. Om die reden wordt er zelden een uitgebreider hersenonderzoek gedaan.
Behandeling
Epilepsie is niet echt te genezen, maar met medicijnen kunnen de aanvallen bijna altijd voldoende worden tegengegaan. Als de tijd tussen twee toevallen lang is (4 weken of langer) en de toevallen mild van aard zijn, is behandeling niet nodig.
Tijdens een toeval kan en hoeft er niets gedaan te worden. Zorg alleen dat het dier zichzelf niet kan verwonden en zorg ook dat u als eigenaar niet verwond raakt. Blijf met uw handen uit de buurt van de bek (ook geen medicijnen proberen te geven); door de krampachtige bewegingen zou een hond ongewild kunnen bijten. Hoe alarmerend het er ook uitziet, een dier zal niet acuut dood gaan tijdens een epileptische aanval. Als de toeval langer duurt dan ca. 5 a 10 minuten moet op dat moment de dierenarts gewaarschuwd worden om door middel van een injectie de aanval te onderbreken.
De dosering van medicijnen tegen epilepsie is van dier tot dier verschillend.
Als er ondanks een bepaalde dosis toevallen blijven voorkomen dan moet de dosering worden aangepast totdat de toevallen geheel achterwege blijven of slechts zo nu en dan optreden.
De behandeling met medicijnen is vrijwel altijd levenslang nodig.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Kennelhoest


De symptomen
Kennelhoest is een keel- en luchtpijpontsteking, met als belangrijkste verschijnsel: een droge schraaphoest, die door de eigenaar van een hond vaak wordt omschreven als 'alsof de hond een graatje in zijn keel heeft'. Vaak wordt daarmee ook wat slijm opgehoest, meestal gevolgd door kokhalzen, waarna het slijm ingeslikt of eruit gegooid wordt. In het begin van de ziekte kan een hond ook slomer zijn, koorts hebben en minder eten.
Het hoesten kan in de loop van enkele weken vanzelf over gaan, maar er kunnen ook complicaties optreden zoals bronchitis of longontsteking. De keel- en luchtpijpontsteking kan ook chronisch worden en is dan moeilijk te genezen. Bij erg jonge dieren, oudere dieren of dieren die door een andere ziekte een verminderde weerstand hebben kan kennelhoest zich al in de beginfase door koorts en stoppen met eten en drinken tot een ernstig ziektebeeld ontwikkelen.
De oorzaak
Van meer dan één virus is bekend dat het luchtwegontstekingen kan veroorzaken of de hond gevoeliger kan maken voor de belangrijkste bacterie die bij kennelhoest een rol speelt.
Verminderde weerstand, stress, veel blaffen of een hogere infectiedruk (veel honden bij elkaar waarvan meerdere de aandoening hebben) verhogen de kans op verspreiding en aanslaan van de infectie.
De naam kennelhoest is dan ook ontstaan doordat de ziekte zich vooral laat zien op plaatsen waar veel honden dicht bij elkaar leven, zoals bijvoorbeeld in een pension het geval is. Ook kan de infectie op straat en bijvoorbeeld op het trainingsveld van hond tot hond worden doorgegeven.
De ziekte wordt verspreid door deeltjes die bij het hoesten worden rond gesproeid en door opgegeven slijm. Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan gehouden worden om verspreiding te voorkomen. Houd er rekening mee dat besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaats vinden. Ga er altijd van uit dat de infectiekans zeker blijft bestaan zolang de hond hoest.
De behandeling
Bij milde hoestklachten zonder ziekte bij volwassen jongere dieren kan kennelhoest ook met alleen rust en zo nodig een kinderhoest drankje genezen. Bij wat ergere hoestklachten, verschijnselen van algemeen ziek zijn, jonge of oude dieren is het veiliger de keelontsteking met antibiotica te behandelen.
Het voorkomen
Het is mogelijk om door vaccinatie de hond te beschermen tegen kennelhoest. De 'cocktailprik' geeft een zekere weerstand tegen bij kennelhoest betrokken virussen. Een aparte inenting tegen de bacterie (Bordetella) is van belang voor een echt goede bescherming. Er zij verschillende redenen om niet standaard iedere hond deze aparte kennelhoest enting te geven.
In het algemeen geldt dat vaccineren beperkt dient te worden tot het noodzakelijke, onder de meeste omstandigheden is het infectierisico niet zo groot en de ziekte waartegen beschermd wordt heeft wel een heel hinderlijk, maar slechts bij uitzondering een ernstig verloop. Bovendien is de enting nogal prijzig.
De vaccinatie wordt wel geadviseerd als een hond in een pension moet en in andere situaties waarin het infectierisico duidelijk groter is.
Er zijn twee soorten kennelhoest vaccins:
Het ene vaccin moet in de neus gedruppeld worden. Het zorgt voor de vorming van antistoffen in neus en keel, de toegangspoort voor de infectie. De werkingsduur is ongeveer een jaar.
Het andere vaccin wordt ingespoten en geeft bescherming door de vorming van antistoffen in het bloed. De eerste keer moet de inenting 2 x worden gegeven met een tussentijd van een maand. Daarna is een jaarlijkse herhalingsenting voldoende. Vanwege de betere bescherming wordt vaak neusdruppel vaccinatie geadviseerd.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Nagels


Bij de regelmatige verzorging van de hond hoort ook het knippen van de nagels.
De nagels slijten normaal gezien af tot op de juiste lengte behalve wanneer de hond weinig op harde of ruwe ondergrond loopt. De nagels van de voorpoten slijten ook minder vlug af dan de nagels van de achterpoten.
Aan de voorpoten raakt de eerste teen of duimnagel de grond niet ( Hubertusklauwen ). Deze klauwen worden gauw te lang, tenzij de hond aan ´nagelbijten´ doet, en verdienen dus meer aandacht. Oudere honden staan soms wat doorgezakt, waardoor de nagels ook minder de bodem raken en daardoor onvoldoende afslijten.
Lange nagels , gebroken nagels en nagelbedontsteking zijn veel voorkomende kwalen in een dierenartsenpraktijk. De eigenaar komt met zijn huisdier meestal pas als het dier plotseling begint te manken. Het gaat dan meestal om gebroken nagels, waarbij het afgebroken gedeelte nog aan de rest van de nagel vastzit.
Nagels zijn te lang wanneer ze problemen geven in de vorm van ingroeien ( Hubertusklauwen ), blijven haken in het vloerkleed, of wanneer de nagels door hun lengte breken. Een nagel breekt omdat hij te lang is of het afbreken is een gevolg van een ongelukkige stap op een ongelijke ondergrond of door eens gek te doen, waarbij het volle gewicht op één nagel komt.
Een ingescheurde nagel is erg pijnlijk voor een dier, net als voor een mens. Het afgebroken stukje dat er eventueel aanbengelt moet verwijderd worden en bloeden wordt zo snel mogelijk gestelpt. Dit kan het beste gedaan worden door een dierenarts omdat soms een lichte verdoving nodig is of op zijn minst een muilbandje.
Heeft de hond regelmatig last van gescheurde duimnagels dan kunnen deze nagels operatief verwijderd worden. Preventief wordt dit soms al gedaan bij puppies.
Nagelbed ontstekingen komen meer voor bij oudere honden en worden zelden veroorzaakt door trauma, maar meestal door bacteriële of schimmelinfectie.
Nagels knippen kunt u zelf doen als u voorzichtig bent en er voldoende tijd voor neemt.
Het roze - rode gebied in de nagel wordt het nagelbed of het leven genoemd. Het bevat bloedvaten en zenuwen. Knip nooit in het leven, het is uiterst gevoelig en de nagel zal hevig bloeden.
Een hondennagel is anders gebouwd dan die van ons. De rond gevouwen vorm van de nagel vraagt om een speciale kniptang (guillotinetype). Als we een gewone kniptang gebruiken duwt dit de nagel plat zodanig dat de druk doorloopt tot in het leven en daar een flinke pijnscheut zal veroorzaken.
Border Collies hebben witte of zwarte nagels. Bij doorzichtige of witte nagels kunt u het grootste deel van het leven zien, maar het nagelbed wordt naar de punt toe smaller en daarmee moet u rekening houden. Bij honden met zwarte nagels is het soms moeilijk te zien hoever het leven gaat. Vooral bij oudere honden met een slechte voetstand strekt het levenvaak verder dan verwacht.
Zoals u ziet is nagels knippen niet zo simpel. Laat steeds iemand de hond goed vasthouden en laat het de eerste keer eens voordoen door een dierenarts of in een trimsalon.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Stokken


Vreemde voorwerpen in de bek en de keelholte kunnen tot levensbedreigende verwondingen leiden, vooral wanneer er een groter bloedvat geraakt wordt of de ademhaling bemoeilijkt wordt.
Vaak verwonden honden zich wanneer ze met stokken aan het spelen zijn of wanneer de baas een stok voor ze weg gooit.
Als de hond de stok wil pakken, blijft de stok met de ene kant in de grond staan en de andere kant schiet in de keel van de hond. Ook kan er iets tussen de tanden of in de keel komen vast te zitten.
Soms heb je als baas niets in de gaten, maar de hond heeft plotseling geen zin meer om te spelen, kwijlt hevig en bloedt soms uit de bek. Vastzittende voorwerpen probeert de hond weg te krijgen door met zijn poten over zijn snuit te wrijven.
Wanneer het voorwerp tussen de tanden vast zit, kunt u het voorzichtig trachten te verwijderen.
Houdt er rekening mee dat de hond in dit soort situaties wel eens wil bijten. Bij moeilijk verwijderbare voorwerpen en bij bloedende verwondingen moet de hond direct naar de dierenarts.
Dikke of vermolmde stukken hout zijn niet zo gevaarlijk als dunnere, buigzame takken.
Beter is het om de hond helemaal niet met takken te laten spelen. Een bal voldoet ook!
Het is goed om bij de hond te oefenen om aan en in zijn bek te mogen komen op momenten dat er niets aan de hand is. Iedere keer belonen als de hond het zonder protest heeft toegestaan helpt.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Doofheid


Doofheid
Doofheid is het onvermogen van een hond om geluid te horen.
Doofheid kan aangeboren zijn of ontstaan door externe oorzaken. Bij het laatste moet gedacht worden aan beschadigingen aan het oor of de hersenen door bijvoorbeeld geweld tegen de schedel. Daarnaast kan door infecties of teveel oorsmeer ook tijdelijke doofheid ontstaan.
Aangeboren doofheid kan ontstaan door afwijkingen aan het binnenoor, de zenuwen of de hersenen. Van ongeveer 35 hondenrassen is bekend dat ze last kunnen hebben van aangeboren doofheid. Honden die deze aandoening hebben dienen niet gebruikt te worden om te fokken.

Hoe herkend u doofheid bij een hond:
* de hond reageert niet wanneer u hem roept
* de hond reageert alleen als hij u aankijkt
* de hond slaapt meer dan normaal
* de hond wordt niet wakker tenzij u hem aanraakt
* de hond draait naar de verkeerde kant als u hem roept
* de hond schudt vaak met zijn hoofd
* de hond krabt vaak aan zijn oren
Doofheid kan dus vastgesteld worden door de hond te observeren. Voor het vaststellen van de precieze oorzaak zullen echter testen nodig zijn. Deze testen zullen moeten worden uitgevoerd door een dierenarts.
Doofheid die ontstaan is door teveel oorsmeer of een infectie is goed te behandelen.
Bij neurologische aandoeningen, zware beschadigingen van het oor of aangeboren afwijkingen kan de doofheid vaak niet behandeld worden.
Deze honden kunnen echter nog steeds perfecte huisdieren zijn. Alleen zal bij de opvoeding en omgang met deze dieren rekening gehouden moeten worden gehouden met hun doofheid.
Een doof huisdier vraagt een aangepaste opvoeding. Normaal worden commando's mondeling geven aan een hond. Bij een dove hond werkt dit niet. Een veel toegepaste methode is het gebruik van handsignalen. Vaak wordt dan ook gebruikgemaakt van dezelfde handsignalen die door doven mensen worden gebruikt. Dit is vooral handig indien de hond tijdelijk naar een pension moet. Op het overzicht van de gebarentaal voor mensen, kan aangegeven worden welke tekens een betekenis voor de hond hebben.
Het is voor een hond niet moeilijk om handsignalen te leren. Een hond communiceert voor een groot gedeelte via zijn lichaamstaal, hij zal dan ook zeer snel doorhebben om de handen in de gaten te houden.

Alle honden moeten worden gesocialiseerd. Dit is vooral bij dove honden een belangrijk aspect.
Een belangrijk aspect hierbij is het benaderen van de hond. Omdat de hond niets hoort, kan hij schrikken wanneer hij plotseling wordt aangeraakt of wakker wordt gemaakt. Daarom moet al op vroege leeftijd worden geoefend om de hond of de mand aan te raken wanneer hij slaapt.
Wandelen met een dove hond vraagt extra aandacht. Zo zal een dove hond gevaar niet horen. Elke hond moet de kans krijgen om los te rennen om zijn energie kwijt te kunnen. Om toch contact te houden met de hond moet men zorgen dat men altijd in het gezichtsveld van de hond blijft. Door middel van het zwaaien met de handen overdag of een zaklamp indien het donker is, kan de aandacht van de hond worden verkregen. Het is aan te bevelen om een naamplaatje met de woorden "doof" erop aan zijn halsband te bevestigen. Mocht de hond weglopen dan weet diegene die de hond vindt dat hij doof is.
Een dove hond kan een fantastisch huisdier zijn. Hij vraagt alleen wat meer tijd en aandacht dan een horende hond.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Agressie (bijten)


Oorzaken van agressie bij honden
Agressie bij honden kent vele verschijningsvormen en een nog groter aantal mogelijke oorzaken.
Hoewel het begrijpelijk is dat mensen agressie van hun hondse huisgenoten (meestal) niet tolereren, is het toch goed te bedenken dat bijten op zich volkomen normaal honds gedrag is. Een hond die wordt geconfronteerd met een situatie die in de ogen van de hond bedreigend is, kan kiezen tussen vluchten of aanvallen. Beide soorten van gedrag hebben in de gegeven situatie maar één doel: de afstand tussen de hond en "de bedreiger" vergroten. Het vergroten van de afstand wordt bereikt door of jezelf te verwijderen van de plek des onheils (vluchten) of ervoor te zorgen dat de ander dat doet (dreigen/aanvallen).
Welk gedrag gekozen wordt (vluchten of aanvallen) hangt onder andere af van genetisch bepaalde voorkeursgedragingen van de hond, van eerdere ervaringen (was vluchten of juist bijten in vorige gevallen succesvol), de omstandigheden (is er ruimte om te vluchten), de mate van verdedigingsdrift van de hond in die situatie (een hond zal op zijn eigen territorium eerder bijten) enzovoort.

Regelmatig horen wij van eigenaren dat de hond "zomaar, zonder enige aanleiding" heeft gebeten. In werkelijkheid was er in de ogen van de hond wel degelijk een aanleiding, maar om die te kunnen zien vraagt dit van mensen om hun menselijke bril af te zetten en met hondse ogen te kijken naar de situatie.
Voorbeelden van gebeurtenissen/situaties die door veel honden als bedreigend worden ervaren (maar niet altijd door mensen als zodanig herkend worden) zijn:
De hond wordt recht aangekeken door iemand die hij niet kent en/of niet volledig vertrouwt.
Door iemand recht aangekeken worden kan als zeer bedreigend worden ervaren, zeker wanneer de kijkende persoon ook nog in jouw richting komt. Ook wij mensen kennen dit verschijnsel; hoe zou u zich voelen wanneer u op straat loopt en iemand maakt oogcontact met u en loopt vervolgens recht op u af?
U zou waarschijnlijk het idee hebben dat die persoon kennelijk iets van u wil en waarschijnlijk zou u zich (heel) onbehaaglijk voelen.
Vreemd genoeg verwachten veel mensen van honden toch dat die hun starende blikken als normaal of zelfs aangenaam ervaart.

Iemand maakt een gebaar van bovenaf richting de hond (bijvoorbeeld over de kop van de hond aaien). Gebaren van bovenaf kunnen door honden om twee redenen als bedreigend worden ervaren. De hond kan het gebaar associëren met een aanval (op hem gerichte agressie), maar hij kan het gebaar ook associëren met dominantie.
Honden die in het contact met een andere hond hun ranghogere positie willen benadrukken kunnen dit onder andere doen door een poot op de rug van de ander te leggen, door op de andere hond te "rijden" of door te proberen de ander plat op de grond te krijgen en er zelf (letterlijk) boven te gaan staan.
Wanneer een hond vindt dat hij ranghoger is dan u (of, op zijn minst, wanneer de hond niet volkomen duidelijk is dat hij ranglager is), kan een gebaar van bovenaf worden opgevat als een bedreiging voor de ranghoge positie van de hond.

Iemand wil in de ogen van de hond iets van hem afpakken.
De bedreiging kan een gebied (territorium, ligplaats) betreffen, maar ook andere verworvenheden zoals voer, speeltjes enzovoort.
De bedreiging kan bovendien nog betrekking hebben op "levende have", bijvoorbeeld puppies in geval van een moederhond of de verdediging van andere roedelleden (de baas, de kinderen, een andere hond uit dezelfde roedel).

Onthoud goed!
Een hond is geen kind. Hij moet zijn plaats als huisdier kennen.

Als uw hond al agressief gedrag vertoond aan de riem(blaffen en trekken richting te bijten doel), is het zeer belangrijk de hond kort te houden, niks zeggen en op normale manier proberen door te lopen met de hond. (wat in sommige gevallen ook kan helpen is een planten spuit met water mee nemen en als de hond begint te trekken aan de riem om in de aanval te gaan en de hond één maal nat spuiten.
Dit is alleen aan te raden als negeren echt niet helpt.
Op een gegeven moment zult u zien dat dit trek gedrag naar het "te bijten doel" langzamer hand verdwijnt. Denk hier bij niet dat de hond niet meer zal bijt. Als de hond wel rustig langs "het te bijten doel" kan lopen is het ook belangrijk de hond te belonen met iets lekkers, of uw stem.

Binnen in huis
bijten kan een heel groot probleem veroorzaken. Visite of zelfs leden van het gezin kunnen hier schade aan onder vinden. Hierbij is het ook zeer belangrijk de basis regels weer door te nemen zit,af,hier, de regels van de roedel door te nemen en strak te hanteren.
De hond laten weten wie de baas is in huis en dat alle leden van het gezin boven hem of haar staan in de roedel. Ook de visite staat hoger als de hond. Ook altijd de hond belonen bij het gewenste gedrag.
Een vaak gebruikte methode is de hond (of het kan ook een pup zijn) z'n snuit vast pakken en met duim en wijsvinger de lippen van de hond naar binnen drukken. Dit kan zeer vervelend zijn voor de hond, maar uiteindelijk zal hij of zij het afleren, en beland de hond niet onnodig in het asiel!

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Blaffen


's Nachts blaffen
Het antwoord is simpel: Negeer de hond.
Door te blaffen, is hij je aan het leren om te antwoorden. Je hebt waarschijnlijk last van enkele lawaaierige nachten, maar je laat zo zien, dat blaffen niet werkt. Je moet in ieder geval nooit reageren door te schelden of te schreeuwen. Als je dat doet, zal de hond alleen maar denken dat het blaffen productief was, omdat jij ook hebt geblaft.

Excessief blaffen
De reden van excessief blaffen is angst en hij is bang omdat hij niet gesocialiseerd is. Hij is nerveus door elk geluid dat hij hoort en blaft om de dreiging weg te jagen.
Een hond die constant huilt, jankt en blaft of destructief is, kan soms huidproblemen hebben. Hij likt, krabt zichzelf door de stress, veroorzaakt doordat hij alleen gelaten wordt. Over het algemeen komt dit probleem niet bij honden voor die gesocialiseerd zijn door een opvoedingscursus op jonge leeftijd.
De oplossing is socialisatie via gehoorzaamheidscursussen en door thuis duidelijke regels te stellen.

Blaffen als de baas weg is
Dit is een groot probleem dat veroorzaakt wordt door bazen. De hond is een roedeldier en als hij als lid van de familieroedel de vrijheid krijgt om overal in het huis te komen en om in de slaapkamer te slapen, zal hij aan stress leiden als de roedel weg gaat, omdat hij verwacht dat hij meegaat. Als mensen het huis verlaten, zouden ze hem 10 minuten van te voren niet meer moeten aanraken of met hem praten.
Hetzelfde geldt als ze thuiskomen: negeren, niet praten, niet aaien, niet kijken, niks.
Zo begrijpt de hond, dat zijn blaffen de baas niet terug heeft gebracht. Hij heeft namelijk geblaft terwijl je weg was en hij wordt hiervoor geprezen door je aandacht als je thuiskomt. Hij denkt dan, dat zijn blaffen je terug heeft gebracht. De uitdrukking luidt: Een hond blaft erger dan hij bijt. Dit geldt zeker voor de buren van een constant blaffende hond die te lang alleen wordt gelaten. Hopelijk zal geen enkele lezer toelaten dat zijn hond zo'n last voor de buurt wordt.

Tegen de postbode blaffen
De postbode of een ander persoon die regelmatig aan de deur komt, wordt door de hond als een indringer beschouwd en daarom blaft hij en wordt hij meteen beloond doordat de postbode weg gaat. Hij denkt dat hij de indringer heeft weggejaagd en zijn plicht heeft gedaan. Praat met je postbode en probeer hem te laten meewerken. Zeg hem, dat je een hondensnackje voor de deur laat liggen en vraag hem het door de brievenbus te stoppen voordat hij de brieven erin gooit. De snack is een betere beloning dan de postbode wegjagen.

Blaffen als de telefoon of de deurbel gaat
Als je tegen je hond schreeuwt als hij blaft wanneer de telefoon of deurbel gaat, moedig je hem aan om nog meer te blaffen. Hij voelt dat er gevaar is als je reageert. Vraag een vriend om je op bepaalde afgesproken tijden te bellen. Beweeg of praat niet als de telefoon overgaat. Nadat je vriend dit een paar keer heeft gedaan, zal je hond niet meer blaffen als de telefoon overgaat.

Blaffen vanaf balkons
Als een hond tegen een voorbijganger blaft vanaf het balkon, is hij gewoonweg zijn dominantie aan het tonen. Ten eerste door op mensen neer te kijken en ten tweede door hen met succes te vertellen dat ze weg moeten wezen. Wat de hond betreft, is hij aan het protesteren tegen het betreden van zijn terrein. En wat nog aangenamer is, zijn geblaf wordt beloond doordat de voorbijganger wegloopt. Antwoord: Verban de hond van het balkon.

Er zijn echter baasje die er voor kiezen hun hond wel te laten blaffen en die leren hun hond op commando blaffen. Dit kan zolang je ook je hond leert op commando te stoppen. Als jij een goede roedelleider bent bepaal jij wat er gebeurt en zal je hond dat accepteren van jou dat jij bepaald of hij mag blaffen of niet. Bij de wolven is het ook zo dat de alpha, de roedelleider alles bepaald, als een ander iets doet wat niet bevalt zal hij op zij plaats gezet worden. zo werkt het ook bij ons.
Als je niet wilt dat je hond blaft zet hem dan op zijn plaats. Jij bent de leider. Er zijn situaties waardoor je de vat op je hond kwijt kan raken. Een hond word bv. ziek.
Het kan zijn dat hij zich dan zo rot in zijn lijf voelt zitten, zoveel pijn heeft, zich zo hulpeloos voelt of ongelukkig dat hij hierdoor gaat blaffen. dan kun je hem niet meer kunt corrigeren op blaffen of ander gedrag. Je zult dan eerst de oorzaak moeten zoeken van het onstaande gedragsprobleem. En daarmee aan het werk gaan.
Een blaffende hond is niet nodig, je kan er wat aan doen!

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Aanschaf hond


Aanschaf hond
Wat is belangrijk indien u de aanschaf van een hond overweegt?

De beslissing is snel genomen.
De honden die u elke dag buiten tegenkomt zijn schattig en u wilt zelf ook zo'n leuke kameraad.
Maar realiseert u zich dat een hond gemiddeld 10 jaar oud wordt en soms zelfs 15 jaar.
Heeft u eenmaal een hond in huis gehaald, dan kan hij eigenlijk niet meer weg of de omstandigheden moeten wel heel extreem zijn.

De hond die u voor ogen heeft:
" is beslist een leuke hond, waarmee iedereen kan omgaan;
" die lief in zijn mand ligt;
" nooit met vuile poten uw huis binnenkomt;
" geen eten van de tafel pakt;
" en zo schattig naar u kijkt;
" vooral die pup!

Maar….diezelfde hond:
" zorgt er ook voor dat u gebonden bent. Immers, hij moet geregeld uit en kan niet de hele dag alleen thuis blijven;
" moet een oppas hebben met uw vakantie of u moet hem meenemen, hetgeen ook niet altijd even gemakkelijk is;
" moet elke dag ook voer hebben en brengt extra kosten met zich mee, want ook zijn mand en riem moeten wel eens vernieuwd worden en daarnaast moeten we nog de dierenarts en de hondenbelasting niet vergeten;
" zal als pup best iets kapot maken, want de poten van uw stoelen ruiken zo lekker en zijn zo fantastisch om aan te knabbelen;
" moet minstens vier keer per dag naar buiten, ook als het regent of sneeuwt. Als pup is dit dubbel zo veel en voor een volwassen hond geldt dat minstens één wandeling toch minimaal een half uur moet duren;
" verlangt elke dag dat u met hem speelt, want ook hij heeft aandacht nodig en krijgt hij deze niet dan zal hij u er beslist van overtuigen dat u toch iets met hem moet doen;
" is echt niet die supergehoorzame hond die u op de televisie ziet; de opvoeding is tijdrovend en energievretend;
" en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Er zijn vele negatieve kanten aan het houden van een hond op te noemen, maar hondenliefhebbers hebben een ding gemeen:
Ze vinden dat het hebben van een hond nog veel meer positieve kanten heeft en de liefde en kameraad van een hond alles goed maakt.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Hond mee op reis


Gaat uw hond mee op vakantie, wilt u een pup ophalen bij een fokker in het buitenland, een pup wegbrengen naar een eigenaar in het buitenland of gaat u emigreren, dan zijn een aantal zaken van belang om te weten.
We hebben de belangrijkste aspecten voor u op een rijtje gezet.

Voordat u op vakantie gaat.
Als de vakantietijd weer in aantocht is staan veel hondenliefhebbers voor de keuze om hun hond mee te nemen op vakantie of hem thuis te laten bij een oppas of in het dierenpension.
Als uw hond meegaat op vakantie moet u zich er goed bewust van zijn dat de hond u beperkt in uw bewegingsvrijheid. Anderzijds vinden honden het vaak prachtig dat zij mee mogen en genieten van de ontspannenheid van de baas en zijn gezin.
Zorgt u er wel voor dat uw hond aangelijnd blijft, menige hond heeft tijdens de vakantie de benen gestrekt om zelf het buitenland te verkennen en dan is het met de ontspannen dagen van de baas snel gebeurd.

Indien u uw hond mee wilt nemen op vakantie, houdt daar dan rekening mee als u overnachtingen of een vakantiepark boekt.
Spreek vooraf goed af dat er een hond meekomt.Veel
hotels hebben geen bezwaar tegen het meenemen van een kleine hond, maar er verschijnt een frons tussen de wenkbrauwen als u een grote of harige hond aanmeldt.
Vraag ook vooraf of de hond mee mag in de eetzaal, als uw hond niet alleen kan achterblijven op de hotelkamer gaat u al snel met een lege maag op stap.
Zorg ook voor een eigen slaapplaats voor de hond. De eigen mand of bench geeft de hond een vertrouwd gevoel in de vreemde omgeving, want een jankende of piepende hond achterlaten in een hotelkamer zal u onherroepelijk problemen opleveren.

Realiseert u zich ook vooraf hoe het klimaat is in het land waar u naar toe gaat. In de zomer kunt u praktisch nergens uw hond in de auto laten als u een paar uur een museum wilt bezichtigen en in de meeste gebouwen is uw hond niet welkom. Laat uw hond ook even een trimbeurt geven voordat u op reis gaat, zodat hij geen last heeft van een dikke vacht of loszittende haren.

Denk ook aan de van verschillende ziekten die in het buitenland voorkomen en waarop u bedacht moet zijn.
Wees attent op uw hond en zorg ervoor dat u eventueel op tijd naar een dierenarts gaat.

En tenslotte, indien u uw hond meeneemt met een autovakantie zorg er dan voor dat hij een goede ligplaats heeft en de bagage niet op hem kan vallen als u plotseling moet remmen.
Neem water en voer mee, ook voor onderweg!
Laat uw hond niet alleen achter in de auto bij hogere temperaturen en zeker niet als de zon schijnt.
Menig hond heeft op die manier zijn dood gevonden.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Toegangseisen in de verschillende Europese landen


Elk land heeft zijn eigen vereisten voor de toegang van honden. U kunt de eisen voor het betreffende land opvragen bij het consulaat van het desbetreffende land.
Voor alle gevallen geldt echter dat u altijd vooraf moet informeren bij uw dierenarts naar de actuele stand van zaken, bijvoorbeeld de geldigheidsduur van de rabiesenting. Doe dit niet op het laatste moment, sommige landen vragen al om bepaalde zaken die dan maanden vooruit dienen te gebeuren.

Ziekten in het buitenland


In diverse landen komen ziekten voor. Het is goed hiervan op de hoogte te zijn, omdat alertheid geboden is.

Rabiës (Hondsdolheid)
Hoewel deze ziekte in veel Europese landen voorkomt, is Duitsland erom berucht. Ook voor vakanties in Zuid Limburg is het aan te raden de hond hiervoor te laten enten. De ziekte is voor mensen levensgevaarlijk. Het wordt overgebracht door speeksel en de incubatietijd is 15 tot 50 dagen. Een besmet dier herkent men meestal aan het schuim op de bek, onrust en agressief gedrag.
Een rabiës enting is minimaal één jaar geldig en heeft 30 dagen nodig om preventief te werken.
Babesiosis
Komt vooral voor in zuidelijk Europa, met name Zuid Frankrijk. Het is een ziekte die wordt overgebracht door teken.
Enting is mogelijk op twee verschillende manieren, een en ander in overleg met uw dierenarts. De incubatietijd is 2 tot 3 weken. De verschijnselen zijn koorts, bloedarmoede, bruine tot wijnrode urine en geelzucht. De hond dient dagelijks te worden gecontroleerd op teken en een tekentang meenemen is dus geen luxe.
Zie ook onder
parasieten.
Vossenlintworm
Deze ziekte komt voor in Oost België, Zuid Duitsland en Oostenrijk. Voor mensen is deze lintworm levensgevaarlijk en voor elke hond die op vakantie gaat, ook naar andere landen, geldt dat de hond na thuiskomst direct dient te worden ontwormd.
Hartworm
Komt voornamelijk voor in de zuidelijke landen van Europa. Het is een parasiet die overgebracht wordt door de steekmug.
Beschadigingen treden op aan het hart, de longen en de lever. Behandeling is in het beginstadium goed mogelijk.Zie ook hartworm onder wormen
Leishmaniose
Ook deze ziekte komt voornamelijk voor in de Zuid Europese landen. Overdracht vindt plaats door zandvliegjes.
De ziekte is niet goed behandelbaar en de incubatietijd kan uitlopen tot een jaar. De hond heeft klachten als vermoeidheid, huidproblemen en algehele malaise.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Hond en Chocolade


Ieder jaar gaan er rond Pasen, Sinterklaas en Kerst honden dood door het eten van chocola.
Verstopte chocolade-eieren met Pasen die niet gevonden worden, chocoladeletters in de schoen die met Sinterklaas voor de kachel staan en chocoladekransjes die als kerstversiering in de boom hangen.
Als je even niet oplet kan je hond deze te pakken krijgen en opeten.
Hoewel het voor ons alleen voor de lijn slecht is, is het voor de hond dodelijk!
Zorg dus altijd dat je hond géén chocolade kan eten of drinken (chocolademelk!).
Dit geldt ook voor de grondafdekking met cacaodoppen die in sommige tuinen gebruikt wordt!

Vraag: Waarom is chocolade dodelijk?
In chocolade zit theobromine. Dit is een giftige stof die in elke chocoladesoort zit, ook in chocolademelk.
In pure chocolade zit meer theobromine als in melkchocolade. Theobromine is zo giftig voor de hond, dat één reep pure chocolade van 200 gram een hond ter grootte van een Labrador kan doden.

Wat zijn de symptomen van chocoladevergiftiging?
Als de hond vergiftigd is door theobromine kunnen de volgende symptomen voorkomen:
" hoge bloeddruk (versnelde hartslag)
" Stuiptrekkingen
" Overgeven
" Diaree
" Overmatig drinken

Wat moet je doen als je vermoedt dat je hond een chocoladevergiftiging heeft?
Als je merkt dat je hond chocolade heeft gegeten, of als je hem op heterdaad betrapt hebt, of als de hond één van bovenstaande symptomen heeft en de oorzaak zou chocolade kunnen zijn, ga dan onmiddellijk naar de dierenarts!
Dit is een spoedgeval.
Wacht niet tot het spreekuur en mocht het toevallig spreekuur zijn meldt u dan zodat u voor andere mensen naar binnen kunt!
De dierenarts kan uw hond behandelen, mits u er op tijd bij bent.

Tot slot
Mocht je je hond willen verwennen koop dan iets dat speciaal voor honden gemaakt is, dit voorkomt veel narigheid.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Afspenen


Een gezonde teef zal voldoende melk produceren om haar pups te voeden.
Als de pups ongeveer 4 weken oud zijn, kan er begonnen worden met het geven van vast voedsel, het zogenaamde afspenen.
De darmen van een pup van 4 weken bevatten nog geen optimale darmflora.
Het verteringsstelsel van een pup die voor het eerst vast voedsel krijgt moet daarom nog gestimuleerd worden om verteringsenzymen aan te maken en een gezonde darmflora te creëren.
Een goede basis hiervoor kunt u het beste leggen door af te spenen met vers vlees. bv gehakt van rundvlees.
Begin met kleine hoeveelheden vers vlees die individueel aangeboden worden zodat goed kan worden bijgehouden of en hoeveel de pup eet.
Na de afspeenperiode van ca. 14 dagen met vers vlees kunt u overgaan op droogvoer en zal de pup ook dit optimaal kunnen benutten.
Ook kunt u doorgaan met voeren van vlees.

De manier van afspenen is voor de vertering van de pup erg belangrijk, deze basis kan maar 1 keer worden gelegd!

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Anorexia


Anorexia is een hele slimme manier die een hond heeft gevonden om jouw aandacht op te eisen.
Iedereen wil natuurlijk een goede baas zijn voor zijn of haar hond en daarbij hoort dat die goed te eten heeft.
Als hij niet goed eet, voel je je daar als baas dus niet prettig bij.
Om je hond over te halen zijn brokken toch op te eten, probeer je hem uit je hand te laten eten of om er wat lekkers bij te gooien.
De hond heeft hiermee één ding geleerd: 'gewoon net zo lang bij je bak blijven zitten totdat je uit de hand wordt gevoerd.
Heerlijk, al die aandacht. Bovendien krijg ik iets super lekkers als ik niet eet, dus waarom zou ik eten?

Bedenk dat je hond gemakkelijk een aantal dagen zonder eten kan (mits hij lichamelijk gezond is!).
Bij mensen is dat anders. Als wij twee dagen helemaal niets eten, gaan we ons zorgen maken.
De meeste baasjes doen dat ook als hun hond een hele dag niets heeft gegeten.
En vanuit een gevoel van zorgzaamheid proberen zij dan de hond te 'helpen'.
Dit is een goed voorbeeld van de miscommunicatie tussen mens en hond.
Zodra je een nieuwe brok geeft, wil hij die graag eten, maar al gauw verliest hij zijn interesse in deze brok en wil hij hem na een tijdje niet meer eten.
Totdat je weer met een nieuwe brok komt, waarna het circus opnieuw begint.
Bedenk dat een nieuwe brok voor een hond smaakt als een koekje.
Hij kent het niet, het is nieuw. Lekker, zo'n beloning.
Krijgt hij het vervolgens elke dag in zijn bak, dan is de lol er snel vanaf.
Wisselen van voeding is dus geen oplossing voor een hond die slecht eet.

Het is heel eenvoudig om je hond te leren dat hij zijn brokken gewoon moet opeten als je zijn bak neerzet.
Dat doe je als volgt:
    - Doe niet al te veel brokken in zijn bak en zet de bak neer.
    - Geef de hond GEEN aandacht. Veel baasjes gaan de hond aanmoedigen om te eten (toe maar, ga maar eten!'). Met dit aanmoedigen krijgt hij namelijk weer aandacht voor het niet-eten. Zet de bak neer en loop weg.
    - Na ca. een kwartier haal je de bak weg en berg je hem op. Geef je hond gedurende de dag geen beloningen, want daar vul je zijn maag mee.
    - 's Avonds, op zijn normale etenstijd, zet je dezelfde bak neer en loop je weer achteloos weg. Na een kwartier haal je de bak weg. Heeft hij niks gegeten? Dan herhaal je deze hele procedure de volgende dag weer. Ga de hond niet 's avonds laat nog eten aanbieden, want dan leer je hem nog niet te eten als jij dat wilt. Doe telkens een kleine hoeveelheid brokken in de bak, zodat hij een beetje hongerig blijft en geinteresseerd raakt in de voerbak.
Zodra de hond merkt dat zijn niet-eten hem geen aandacht meer oplevert en zijn honger neemt toe, zal hij meteen gaan eten als je zijn bak voor hem neerzet.
Resultaat gegarandeerd!

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Chippen


Een microchip is ongeveer zo klein als een rijstkorrel en wordt bij het dier tussen de schouderbladen onder de huid ingebracht. Deze microchip heeft een uniek nummer dat aan uw huisdier gekoppeld wordt en is gemakkelijk af te lezen met een chipreader.
Elke instantie die met dieren te maken heeft is in het bezit van een dergelijk afleesapparaat, dus ook uw dierenarts.
Het nummer is een koppeling naar u en uw persoonlijke contactgegevens die zijn opgeslagen in een centrale database.
Het inbrengen van de chip gebeurt met een injectienaald.
Hoewel die naald wel wat dikker is dan een naald waarmee de dieren hun jaarlijkse prik krijgen, is er nauwelijks reactie waar te nemen.
Sinds 1 januari 1998 worden alle rashonden door de Raad van Beheer gechipt in plaats van de vroeger voorgeschreven tatoeage.

Het kan handig zijn om de pup, naast de reeds bestaande registratie in het Nederlands Honden Stamboek, ook aan te melden bij een andere databank.
De Raad van Beheer is namelijk niet 24 uur per dag bereikbaar en niet ingesteld om vermiste honden op te sporen. Tevens zijn zij gebonden aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens waardoor zij niet zomaar eigenaargegevens aan derden mogen verstrekken.
Via een gespecialiseerde databank kan namelijk iedereen, 24 uur per dag, de eigenaar van een hond traceren.
Ook een pup kan weglopen of kwijtraken!
Het is aan te raden dat aanmelden onmiddellijk te doen, zodra u de hond in huis krijgt.
De eigenaar moet wel zelf zorgdragen voor het laten registreren van het chipnummer van zijn hond bij een databank. Vergeet ook niet bij verhuizen de nieuwe gegevens aan de databank én aan de Raad van Beheer door te geven.
De Raad van Beheer werkt voor het aanmelden bij een databank samen met de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren (NDG).
De chippers van de Raad van Beheer geven aan de fokker NDG-aanmeldformulieren voor de nieuwe pupeigenaren. Daarmee kunnen de eigenaren de hond laten registreren bij de NDG zodat deze 24 uur per dag opgevraagd kan worden.
Heeft u geen aanmeldformulier ontvangen van uw fokker dan kunt u contact opnemen met de
NDG om een formulier aan te vragen.

Terug naar begin onderwerp

Terug naar Index


Nieuws

Wie zijn wij

Puppies verwacht/ Onze plannen

De Border Collie

Onze Border Collies

Contact

Links

Gastenboek

Hond van A tot Z